Energiezuinig telen van paprika: twee jaar praktijkonderzoek

De afgelopen twee teeltjaren werden binnen het ENERGLIK project op Proefcentrum Hoogstraten praktijkproeven uitgevoerd rond energiezuinig telen van paprika. In deze proeven werd een geïntegreerd pakket van maatregelen getest, bestaande uit geavanceerde schermsystemen, actieve ontvochtiging en een aangepaste klimaat- en schermsturing. Het doel was om het energieverbruik in de kas zoveel mogelijk te reduceren, zonder negatieve effecten op gewasgroei, productie of vruchtkwaliteit. De resultaten van beide proefjaren geven ons een beeld van de mogelijkheden én aandachtspunten van deze teeltstrategie voor paprika.

Partners | 30/01/2026

90624b4e aec9 436b 8f3f 75a9485eb4c0

Opzet en geteste maatregelen

In beide jaren werd gewerkt met een vergelijkbare proefopzet, waarbij een proefafdeling werd vergeleken met een referentieafdeling onder praktijkomstandigheden. In de proefafdeling werd een energie-balancerend schermconcept toegepast met nieuw ontwikkelde schermmaterialen. In beide proefjaren werd gebruik gemaakt van een beweegbare PVDF-folie op het onderste dradenbed en een combinatie van een dagscherm en een aluminium nachtscherm op het bovenste dradenbed. Enkel het type nachtscherm was verschillend tussen beide proefjaren.

Daarnaast werd in de proefafdeling gebruikgemaakt van actieve ontvochtiging op basis van een kruisstroomwarmtewisselaar. Dit systeem voert vochtige warme, kaslucht af en vervangt deze met droge buitenlucht, die via de warmtewisselaar door de uitgaande warme lucht opgewarmd wordt en eventueel nog na verwarmd kan worden.

Tegelijk werd een aangepaste klimaat- en schermsturing toegepast, met onder andere een vlakkere temperatuurregeling, het later starten met verwarmen in de ochtend en het toelaten van een hogere relatieve luchtvochtigheid dan in de referentieafdeling. Concreet lag de gemiddelde relatieve luchtvochtigheid in de proefafdeling rond 90% in het eerste proefjaar en rond 86% in het tweede proefjaar, tegenover gemiddeld circa 78% in de referentieafdeling in beide jaren. Bovendien werd er intensiever geschermd in de proefafdeling. In het eerste jaar werden in totaal ongeveer 8.134 schermuren gerealiseerd (PVDF-folie, dag- en nachtscherm samen), waarbij de PVDF- folie en het nachtscherm het meest intensief gebruikt werden, tegenover ongeveer 3.157 schermuren in de referentieafdeling. In het tweede jaar bedroeg het totaal aantal schermuren in de proefafdeling ongeveer 8.139 uur, tegenover ongeveer 3.478 uur in de referentie.

De referentieafdeling werd geteeld met twee standaard commerciële schermdoeken, zonder actieve ontvochtiging en met een standaard klimaatsturing.

410881955 908668077566913 76170422335381501 n

Energieverbruik: consistente en substantiële besparing

Over beide jaren heen resulteerde de combinatie van maatregelen in een zeer duidelijke energiebesparing. In het eerste proefjaar werd een netto energiereductie van 49% gerealiseerd (92 kWh/m² tegenover 180 kWh/m²), terwijl in het tweede jaar zelfs 54% werd bespaard (84 kWh/m² tegenover 184 kWh/m²). Deze besparing omvat zowel het verbruik voor verwarming als het elektriciteitsverbruik van de ontvochtigingsinstallatie.

De energie-efficiëntie, uitgedrukt als kilogram productie per verbruikte kilowattuur, verdubbelde vrijwel in de proefafdeling ten opzichte van de referentie in beide jaren.

Productie en gewasgroei: geen structurele nadelen

Een belangrijke vraag in beide proeven was of deze energiebesparingen ten koste zouden gaan van productie of gewasontwikkeling. Voor beide jaren kan worden geconcludeerd dat dit niet het geval was. De totale productie per vierkante meter bleef vergelijkbaar tussen proef- en referentieafdelingen. In het eerste jaar werd een lichte maar significante meerproductie (+4%) vastgesteld in de proefafdeling, terwijl in het tweede jaar een kleine, niet-significante lagere productie werd gemeten.

In geen van beide jaren werd een consistent negatief effect waargenomen op plantgroei of plantbalans. Parameters zoals plantlengte, stengeldikte, leaf area index (LAI), leaf mass per area (LMA) en behanglengte vertoonden geen significante verschillen tussen proef en referentie. Ook de assimilatenbalans bevestigde dit beeld: de aanmaak en verdeling van assimilaten verliep in beide afdelingen gelijkaardig, zonder aanwijzingen voor structurele beperkingen in fotosynthese of suikerproductie.

D7b92e70 020e 4132 8915 71d247486e4f

Kwaliteit en gezondheid: aandacht voor luchtvochtigheid

Op het vlak van vruchtkwaliteit werden overwegend weinig verschillen vastgesteld. In het tweede proefjaar werd zelfs een duidelijk lager percentage binnenrot gemeten in de proefafdeling, wat mogelijk samenhangt met een stabieler klimaat en een betere beheersing van condensatie rond de vruchten. Voor andere kwaliteitskenmerken, zoals kleur, stevigheid, glans en uitwendige afwijkingen, werden geen consistente verschillen gevonden.

Tegelijk tonen de proeven aan dat een hogere relatieve luchtvochtigheid een belangrijk aandachtspunt blijft. In het eerste proefjaar werden in de proefafdeling symptomen van Fusarium-verwelking waargenomen, wat wijst op een verhoogd risico op schimmelziekten bij langdurig hoge RV-waarden. In het tweede jaar bleven dergelijke problemen uit, onder meer doordat werd gestuurd naar een iets lagere gemiddelde RV, maar we kunnen niet uitsluiten dat externe factoren, zoals weersomstandigheden, hierbij eveneens een rol hebben gespeeld.

Conclusie: duidelijke kansen, met nood aan nauwkeurige sturing

Na twee jaar praktijkonderzoek kan worden geconcludeerd dat een geïntegreerde strategie met geavanceerde schermen, actieve ontvochtiging en aangepaste klimaatsturing in paprika toelaat om het energieverbruik met ongeveer 50% te reduceren, zonder structureel verlies aan productie, gewasgroei of vruchtkwaliteit. Het risico op schimmelziekten bij hogere luchtvochtigheden vraagt echter om een doordachte klimaatstrategie, waarbij schermgebruik, ontvochtiging en temperatuursturing goed op elkaar worden afgestemd.

Voor paprika biedt deze aanpak duidelijke perspectieven voor een energiezuinigere en duurzamere teelt, mits voldoende aandacht voor klimaatbalans en gewasgezondheid. Tegelijk dragen deze proeven bij aan de doelstelling van ENERGLIK om de glastuinbouw klimaatneutraler te maken, hoewel investeringen in ontvochtigingssystemen vanwege de hoge kosten nog een belangrijk knelpunt vormen.

Deel deze pagina