Ontwerp van een helofytenfilter voor De Zegge: lessons learned
Vier duidelijke lessen voor natuurherstel en waterkwaliteit.
Interreg | 07/10/2026
Noodzakelijk water en kwetsbare natuur
Tijdens droge periodes wordt water uit de Zeggeloop ingelaten in natuurgebied De Zegge in Geel om de grondwaterstand op peil te houden. Dat is noodzakelijk voor het behoud van het laagveengebied en zijn belangrijke ecosysteemfuncties, waaronder koolstofopslag. Het aangevoerde water bevat echter verhoogde concentraties stikstof, fosfaat en sulfaat, waardoor het onvoldoende geschikt is voor deze kwetsbare natuur.
Binnen het Interreg-project ADMIRE onderzocht Pidpa samen met KMDA en adviesbureau HelloWater hoe de bestaande helofytensloot kon worden geoptimaliseerd om de waterkwaliteit van het aangevoerde water verder te verbeteren.
Op basis van de lokale hydrologische en ruimtelijke omstandigheden werd een concept uitgewerkt dat bestond uit een helofytenfilter met afwisselend diepere bufferzones en ondiepe vegetatiezones met riet (Phragmites australis), lisdodde (Typha) en verschillende soorten zegge (Carex). Daarnaast werd de inzet onderzocht van adsorberende filtermaterialen, waaronder ijzeroxyhydroxide gecoat zand (IOCS-granulaat), een restproduct uit de drinkwaterproductie van Pidpa, en zeoliet. Deze materialen zouden bijdragen aan een verdere verwijdering van fosfor en ammonium uit het aangevoerde water.
De voorstudie toonde aan dat een combinatie van een helofytenfilter, waterpeilregeling en aanvullende granulaatfiltratie technisch potentieel heeft om de nutriëntenbelasting te verminderen. De geraamde investerings- en beheerkosten bleken echter aanzienlijk. Daarom werd uiteindelijk gekozen om niet over te gaan tot uitvoering van het ontwerp. In plaats daarvan werd ingezet op no-regretmaatregelen zoals vernatting door het dempen of verondiepen van grachten, gecombineerd met maatregelen die de waterkwaliteit van de Zeggeloop aan de bron verbeteren.
Hoewel het ontwerp niet werd gerealiseerd, leverde de studie waardevolle inzichten op voor gelijkaardige projecten.
Vier lessen uit de voorstudie
1. Een grondig vooronderzoek is essentieel: Een goed inzicht in waterkwaliteit, debieten, hydrologie en bestaande infrastructuur vormt de basis voor een realistisch ontwerp en een betrouwbare inschatting van de haalbaarheid.
2. Ontwerp en beheer moeten samen worden bekeken: Bij de uitwerking van een zuiveringssysteem moet al vanaf de ontwerpfase rekening worden gehouden met toekomstige beheer- en onderhoudsactiviteiten. Een doordachte inrichting kan de beheerlast aanzienlijk beperken.
3. Monitoring en onderhoud zijn cruciaal: De prestaties van een helofytenfilter hangen niet alleen af van het ontwerp, maar ook van een aangepast beheer. Vegetatiebeheer, slibverwijdering, monitoring van waterkwaliteit en het tijdig vervangen van filtermaterialen zijn noodzakelijk om de werking op lange termijn te garanderen.
4. Vergelijk technische oplossingen steeds met bronmaatregelen: End-of-pipe-oplossingen kunnen bijdragen aan een betere waterkwaliteit, maar moeten steeds worden afgewogen tegen maatregelen die de oorzaak van het probleem aanpakken. Die bieden vaak een duurzamere en kostenefficiëntere oplossing op lange termijn.
Conclusie
De voorstudie in De Zegge bevestigt dat technische zuiveringsmaatregelen mogelijkheden bieden om de nutriëntenbelasting van aangevoerd water te verminderen. Tegelijk toont het traject aan dat een afweging van effectiviteit, kosten, beheerinspanningen en alternatieve maatregelen essentieel is.
De opgedane kennis is ook relevant voor andere natuurherstel- en waterkwaliteitsprojecten waar wateraanvoer noodzakelijk is, maar de waterkwaliteit onvoldoende aansluit bij de ecologische doelstellingen. Daarmee levert deze studie een waardevolle bijdrage aan de verdere ontwikkeling van duurzame oplossingen voor het herstel en behoud van veengebieden.