“Investeringen maken opschaling op termijn mogelijk”

De projectpartners gingen in gesprek met John Verberne, voorzitter van de Nederlandse telerscoöperatie T-CAB.

Interreg | 07/04/2026

20250505 102802

 

Binnen CASCO zoeken we naar waardeketens waarin bouwmaterialen geproduceerd worden met lokale gewassen. Idealiter zijn het aantal bewerkingsstappen beperkt. Landbouwers zijn bereid om gewassen zoals hennep, miscanthus, vlas of graan voor het stro te telen. Ook aannemers en architecten willen graag met natuurlijke materialen aan de slag. De mogelijkheden zijn legio, maar hoe zijn waardeketens georganiseerd en welke voorwaarden zijn nodig voor alle stakeholders in de keten? Om daar meer inzicht in te krijgen, voeren we gesprekken met Vlaamse en Nederlandse ketenspelers.

 

In februari gingen projectpartners Woonder, Inagro en Pitterz langs bij John Verberne, voorzitter van de Nederlandse telerscoöperatie T-CAB. De coöperatie wenst met de teelt van vezelgewassen lokale ketens ‘van land tot pand’ te organiseren, stimuleren en ondersteunen om zo de transitie naar een circulaire, biobased bouwsector te versnellen. De coöperatie kreeg hierbij ondersteuning van Rabobank, Building Balance en enkele Nederlandse woningcoöperaties. Doorheen de jaren leerde de coöperatie dat goede afspraken en wederzijds inzicht in de landbouw- en bouwsector noodzakelijk zijn om duurzame afspraken op lange termijn mogelijk te maken.

Duidelijke en eerlijke afspraken

In 2022 startten 14 landbouwers met de teelt van hennep, sorghum, miscanthus en stro. Goede en duidelijke afspraken waren er toen nog niet. Enkel voor het stro was er een overeenkomst, maar er ontbraken de nodige certificeringen. De overige teelten werden nauwelijks benut. Van de 40 hectare sorghum werd een klein deel benut voor de productie van plaatmateriaal. Het grootste deel van de teelt werd niet geoogst. Ook het stro dat toen geteeld werd, kon pas volledig gevaloriseerd worden in 2025. Al die tijd werd het opgeslagen wat zorgde voor een hoge stockagekost.

De oprichting van een telerscoöperatie werd snel belangrijk voor de startende groep landbouwers, omdat de afspraken met de bouwwereld duidelijk en eerlijk moeten zijn. Bovendien zorgt het coöperatiebestuur dat de andere telers zich niet vergalopperen aan te grote arealen vezelgewassen zolang de vraag van de bouwwereld niet stabiel en op lange termijn gegarandeerd is.

Focus op teelt van graan

Doorheen de jaren groeide de coöperatie verder. Momenteel zijn er 28 leden aangesloten. In juni 2025 ontving T-CAB de nodige certificeringen voor hun inblaasstro. Daarom focussen ze nu voornamelijk op de teelt van graan, waarbij het stro van 400 hectare afgenomen en ingeblazen wordt in daken. De aanwezigheid van de certificeringen helpt de coöperatie ook, want het stro wordt al gebruikt door meerdere woningcoöperaties.

Andere teelten worden uitgezaaid om aan kennisopbouw te doen. Een voorbeeld hiervan is hennep. In 2024 mislukte de teelt door de natte zomer. Door de aanwezigheid van de coöperatie kon elke teler toch rekenen op een vergoeding van €500 per hectare. Dat zorgt voor een vorm van geruststelling bij de telers. De hennep van 2025 vindt zijn weg naar het Friese bedrijf Dun Agro, 300 kilometer verderop. In een ideaal scenario wordt de hennep in de toekomst dichter bij huis (voor)verwerkt en gevaloriseerd. Dun Agro neemt een beperkte hoeveelheid af per week. Het bedrijf betaalt ook in schijven en het transport van de hennep is, uiteraard, ook niet gratis.

Bouwwereld kan de risico's beter inschatten

Ondanks de tegenvallende vraag en het ontbreken van de nodige afzetgaranties blijft John rustig. Er is een zekere vorm van positiviteit dat de bouwwereld de risico’s van de telers beter zal kunnen inschatten. Ook de uitdagingen rond certificeringen zullen opgelost worden en investeringen zullen op lange termijn opschaling mogelijk maken.

Vooral dit laatste is belangrijk want het kan het prijsverschil tussen conventionele en biobased bouwmaterialen kleiner maken. Bovendien denkt John na over de verdere professionalisering van de coöperatie, zodat de landbouwers hun belangen zelfstandig kunnen behartigen. Momenteel is er overheidsondersteuning nodig voor de hennepteelt, zodat lokale landbouwers verder kennis kunnen verwerven en er inzicht ontstaat in de kosten. Inblaasstro begint wel grotere stappen te zetten in bouwtoepassingen en dit met een correcte prijs.

2024 MF en ras 5

Wat leren Nederland en Vlaanderen van elkaar?

Het gebruik van biogebaseerde bouwmaterialen verloopt met verschillende snelheden in Vlaanderen en Nederland. Dit wordt onder meer veroorzaakt door een verschil in beleid.

De initiatieven in Nederland die het gebruik van biogebaseerde bouwmaterialen stimuleren:

  • Van plant naar pand: de Nederlandse aanpak van biobased bouwen

In 2023 trok de Nederlandse overheid circa €200 miljoen uit om het grootschalig gebruik van biogebaseerde bouwmaterialen te versnellen. Dit leidde tot de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). De gedachte is helder: biogebaseerd bouwen verlaagt de milieu-impact van de bouw, omdat de CO₂-uitstoot lager is en er minder niet-hernieuwbare grondstoffen nodig zijn. Uitvoeringsorganisatie Building Balance coördineert de regionale en landelijke ketensamenwerkingen.

  • De 30-30-30-regel

De NABB hanteert een concrete doelstelling: in 2030 moet minstens 30% van de nieuwbouwwoningen worden gebouwd met minimaal 30% biogebaseerde materialen, en dat tegen 2030. Hetzelfde geldt voor isolatiemaatregelen en utiliteitsbouw. Om dit te halen moet de teelt van vezelgewassen groeien van circa 2.000 naar 50.000 hectare, en de verwerkingscapaciteit naar minimaal 400.000 ton vezels per jaar. Een ambitieuze, maar noodzakelijke omschakeling.

  • Woningcoöperaties als aanjager

In Nederland spelen woningcoöperaties een andere rol dan in Vlaanderen. Het zijn grote, zelfstandige organisaties die sociale huurwoningen beheren en bouwen. Omdat zij als grote opdrachtgevers biogebaseerde eisen kunnen opnemen in hun projecten, zijn zij een cruciale hefboom voor de markt. In de Friese ‘Vezelhennepdeal’ verbonden woningcoöperaties, bouwers en boeren zich via concrete afnamegaranties om 1.000 Friese woningen te isoleren met lokaal geteelde vezelhennep. Ook in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg verbonden tientallen woningcoöperaties zich gezamenlijk aan biogebaseerd bouwen. Dit moet de klassieke patstelling doorbreken waarin bouwers wachten op materialen en boeren wachten op afnamezekerheid. Al blijkt uit het gesprek met de telersorganisatie T-CAB de praktijk weerbarstiger te zijn.

  • Carbon credits als extra verdienmodel voor telers

Om ook de aanbodzijde te versterken is de regeling Stimulering Vezelteelten gestart, waarbij het Nationaal Groenfonds namens de overheid koolstofcertificaten opkoopt van telers. Hiermee ontvangen telers vooraf een vergoeding voor gewassen die later CO₂ opslaan in bouwmaterialen. Dit maakt de teelt van vezelgewassen aantrekkelijker en verlaagt het risico voor de teler, wat precies de hefboom is die de opschaling van biogebaseerd bouwen nodig heeft. In de context van biogebaseerd bouwen worden ze ook wel de Dutch construction stored carbon credits genoemd. Recent is deze aanpak uitgebreid met een regeling voor verwerkers, waarbij koolstofcertificaten worden ingekocht om de verwerkingscapaciteit van biogebaseerde grondstoffen te vergroten. Dit is cruciaal, omdat juist deze schakel bepaalt of vezelgewassen daadwerkelijk worden omgezet in bouwmaterialen en zo de opschaling van biogebaseerd bouwen mogelijk maakt.

Vlaanderen:

  • Nog geen wettelijke verplichtingen in Vlaanderen

In Vlaanderen zijn er nog geen wettelijke verplichtingen voor het gebruik van biogebaseerde materialen in bouwprojecten. Dit betekent dat Vlaanderen, in vergelijking met onze buurlanden, achterop hinkt. Vanaf 2028 verplicht Europa de berekening van de CO2-impact over de volledige levenscyclus van grote nieuwe gebouwen. Vanaf 2030 wordt deze regel uitgebreid naar alle nieuwbouwprojecten, waardoor de keuze voor biogebaseerde materialen een grote invloed zal hebben op deze berekening. Er wordt dan een versnelling verwacht.

  • Vlaams Actieplatform Carbon Removals & Carbon Farming (CRCF)

Dit in 2025 opgerichte actieplatform werd opgericht door de Vlaamse overheid. Gedurende twee jaar wordt gewerkt aan een beleidskader om tot een volwaardig kader en dus een duurzame CRCF-markt te evolueren. In Vlaanderen zijn er stappen gezet, maar zijn er toch enkele uitdagingen aan te pakken.

  • Claire CO2-initiatief

Via Claire kunnen bedrijven hun uitstoot compenseren door lokale ondernemers te ondersteunen in concrete projecten. De carbon credits moeten aan een aantal voorwaarden voldoen, zodat ze effectief bijdragen aan klimaatneutraliteit. Zo mag een project maar voor drie jaar credits verkopen voor vermeden uitstoot of zes jaar indien er ook koolstof wordt vastgelegd. Dit zorgt ervoor dat er sneller weer naar nieuwe projecten moet worden gezocht en de transitie dus sneller kan verlopen. De credits zijn op deze manier wel duurder, maar dit geeft net een extra signaal van het bedrijf dat het project serieus wordt genomen. Claire zorgt voor de matchmaking tussen aanbieders en kopers. Bovendien is een bezoek aan projecten mogelijk, waardoor een project tastbaarder wordt.

De aanbevelingen van John Verberne

Uit het gesprek nemen we aanbevelingen van John mee:

  • Niet alleen de landbouwers moeten zich professionaliseren, ook de bouwsector heeft nood aan opleidingen. Stro kan perfect ingeblazen worden, maar het vraagt de nodige kennis om het even vlot te laten verlopen zoals het inblazen van cellulose of korrel.
  • De bouwwereld heeft nood aan inzicht in de teeltplanning van de landbouwers. Stro kan meestal niet onmiddellijk geleverd worden. Het graan wordt in het najaar ingezaaid en geoogst in juli. Het stro zal dus ook pas in de zomer ter beschikking zijn.
  • Werken in een groter gebied verlaagt het risico op misoogsten. Zorg dus voor voldoende gebiedsspreiding.
  • Landbouwers moeten voldoende grip behouden op de coöperatie, zodat ze hun eigen belangen voldoende kunnen verdedigen in gesprekken met afnemers.
  • Landbouwers mogen zich niet vergalopperen in de grootte van het areaal wanneer de vraag naar biogebaseerde grondstoffen onvoldoende is. Opslag kost ook geld.
  • Een telerscoöperatie mag ook nadenken over professionalisering en hiervoor hulp inschakelen.
  • Een open kostenmodel biedt inzicht aan de bouwsector en kan ook leiden tot een open gesprek waarbij wederzijds begrip voor de kosten en risico’s verkregen kan worden.
  • In Nederland is er al een regeling rond carbon credits. Via de coöperatie verloopt de administratie makkelijker, waardoor landbouwers hier dus eenvoudig aanspraak op kunnen maken.

Deel deze pagina