Terug naar overzicht
Realisatie

Zijn we echt op weg naar een duurzame glastuinbouw?

IMG 1835

Slim schermen verlaagt de klimaat- en milieuimpact van glastuinbouw aanzienlijk

In 2024 werd in het Proefstation voor de Groenteteelt (PSKW) een proef uitgevoerd om de impact van schermen te evalueren. In deze proef werd één “Referentie”-compartiment vergeleken met een “ENERGLIK”-compartiment. Beide compartimenten maakten gebruik van passieve ontvochtiging via luchtramen en schermkieren. Het belangrijkste verschil lag in de toepassing van schermen in de compartimenten. De Referentie komt overeen met de meest gangbare praktijk en beschikte over één dagscherm. Het ENERGLIK-compartiment had één dagscherm en daarnaast een dubbele laag geweven aluminium nachtscherm. Naast het grotere aantal schermen werden deze in het ENERGLIK-compartiment ook intensiever gebruikt.

De warmtevraag bleek cruciaal voor de uiteindelijke milieuimpact. De proef resulteerde in een vermindering van de warmtevraag met 46% met een lichte opbrengstdaling van 2,3%. Uit de Single score-impact (zie Box 1 voor een toelichting over de Single score-impact) blijkt dat de warmtevraag verantwoordelijk is voor 73% van de impact in het referentiecompartiment en 58% in het ENERGLIK-compartiment. De vermindering van de warmtevraag leidde tot een totale impactreductie van 31%, wat het potentieel van schermimplementatie aantoont. Wat betreft klimaatverandering (kg CO₂-equivalent) resulteert de vermindering van de warmtevraag in een daling van de impact (ook: koolstofvoetafdruk) met 36%. Niet alle impactcategorieën worden echter in gelijke mate beïnvloed. Zo wordt er bijvoorbeeld op het vlak van fijnstofvorming slechts 12% impactreductie gerealiseerd. Voor meer informatie wordt verwezen naar Corbalá-Robles et al. (2026b).

ILVO1

Actieve ontvochtiging kan de klimaat- en milieuimpact van glastuinbouw verder verlagen indien het een energie-efficiënt systeem is

Verschillende ontvochtigingssystemen werden vergeleken aan de hand van KASPRO-simulaties die het kasklimaat berekenen in functie van een aantal parameters. Het KASPRO-model werd ontwikkeld door Wageningen Universiteit. De basis voor de modelberekeningen is het ENERGLIK-compartiment met passieve ontvochtiging via luchtramen en schermkieren. in combinatie met een energie-balancerend schermsysteem. Het referentiecompartiment maakt ook onderdeel uit van de vergelijking en vertegenwoordigt opnieuw de meest gangbare praktijk; het wordt hier aangeduid als Referentie en heeft dezelfde passieve ontvochtiging en slechts één dagscherm. Uit de simulaties blijkt dat louter het invoeren van bijkomende schermen met bijhorende reductie in de warmtevraag de impact van het Referentiesysteem kan verlagen. Actieve ontvochtigingssystemen kunnen de impact alleen verlagen wanneer energie-efficiëntere systemen worden toegepast – bijvoorbeeld interne ontvochtigingssystemen. Meer informatie over de ontvochtigingssystemen in deze simulaties is te vinden in De Zwart (2025).

ILVO2

Het effect van CO2-afvang op de milieuprestatie van glastuinbouw blijft ongekend

De implementatie van CO₂-afvang werd eveneens geëvalueerd met behulp van KASPRO-simulaties. Hoewel een iets hogere opbrengst kan worden gerealiseerd (ongeveer 2,5%), werd geen verbetering van de milieuprestaties vastgesteld vanwege de werking van het CO₂-afvangsysteem zelf. Verdere analyse is nodig voor situaties waarin CO₂ nog schaarser is (bijvoorbeeld bij sterkere reducties van de warmtevraag of bij een geëlektrificeerde teelt).

Zijn we echt op weg naar een duurzame glastuinbouw? Jazeker, we zijn, op weg naar een duurzamere glastuinbouw en vooral schermen spelen daarbij een hoofdrol

Wat zijn impactcategorieën en wat is de single score?

Activiteiten en productieprocessen maken gebruik van (eindige) grondstoffen en creëren afvalstoffen en emissies die terechtkomen in de lucht, de bodem en het waterig milieu. Hierdoor hebben deze activiteiten een impact op allerlei milieuthema’s en deze impact kan verder vertaald worden in potentiële schade aan de gezondheid van mens en milieu en aan grondstoffenvoorraden – dit wordt het impacttraject genoemd. Zowel de impact als de potentiële schade kunnen gekwantificeerd worden en beide types indicatoren zijn een maat voor de milieuimpact van een activiteit, waarbij de impact een zogenoemde midpoint indicator is en de schade een endpoint indicator, volgens het impacttraject. Er zijn verschillende midpoint impactcategorieën of milieuthema’s die elk hun eigen eenheid hebben om de bijdrage van een activiteit aan dat milieuthema te begroten. Voorbeelden van impactcategorieën zijn klimaatverandering, waaraan de potentiële bijdrage uitgedrukt wordt in CO2-equivalenten of eutrofiëring van het mariene milieu, waaraan de potentiële bijdrage uitgedrukt wordt in kg fosforequivalenten. De midpoint categorieën kunnen samengevoegd en ‘gecondenseerd’ worden tot endpoint effecten aan de hand van risicomodellen die de schade inschatten aan de menselijke gezondheid, de kwaliteit van ecosystemen of de beschikbaarheid van grondstoffen. Een alternatieve manier om de informatie te condenseren is door elke midpoint categorie te normaliseren (omrekenen naar een gemeenschappelijke eenheid) en te wegen (een waardeoordeel voor elke categorie). Zo kunnen de impacten over alle impactcategorieën opgeteld worden tot één enkele score, de Single Score. Single Scores vereenvoudigen de communicatie, maar hebben als nadeel dat ze meer onzekerheid en waardeoordelen met zich meebrengen.

Verdere toelichting hierover vind je hier: https://pre-sustainability.com/articles/weighting-applying-a-value-judgement-to-lca-results/

Rondleiding serre

Energlik reports – available at

Downloads

de Zwart, H.F., (2025) Modelberekeningen schermconfiguraties en -gebruik (KASPRO) -- Rapport WP3 onderdeel 2d

Corbalá-Robles, L., Michiels, F., Heuts, R., Van linden, V. (2026a). Duurzaamheidsbeoordeling van warmtekrachtkoppeling (WKK)

Corbalá-Robles, L., Michiels, F., Heuts, R., Van linden, V. (2026b). Duurzaamheidsbeoordeling: vermindering van de warmtevraag bij onbelichte teelt. Implementatie van schermen met passieve ontvochtiging

Corbalá-Robles, L., Peeters, A., Michiels, F., Heuts, R., Van linden, V. (2026c). Beoordeling van ontvochtigingssystemen; Onbelichte teelt – KASPRO simulaties en proeven

Corbalá-Robles., L, Heuts, R., Michiels, F., Van linden, V. (2026d) Duurzaamheidsbeoordeling: belichte teelt


Blijf je graag op de hoogte?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!