Bakhuis
Natuurinclusief
Doelsoorten: Gewone dwergvleermuis, laatvlieger
Toegepaste maatregelen:
Zolder geschikt maken voor vleermuizen door inrichting en invliegopeningen
Maatwerk: Kunstmatige spouwmuur en holle ruimte in dakopbouw (voorzien)
Gebouwdelen: volledig gebouw
erfgoed en renovatieproject
Locatie: Sint Sebastiaankapelstraat 36, Weert, Nederland
Opdrachtgever: Gemeente Weert
Projectcoördinator: Benjamin van Leeuwen
Contactpersoon: Benjamin van Leeuwen b.van.leeuwen@weert.nl
het project in een notendop
Het bakhuis aan de St. Sebastiaankapelstraat als demonstratie van natuur in gebouwen
Weert is een stad met een rijke cultuur en historie. Het Weert van nu kent nog steeds het authentieke karakter van vroeger. Onderdeel hiervan zijn de vele monumenten die de gemeente rijk is. Tegenover de voormalige hoeve Sint Sebastiaanskapelstraat 36 in Weert ligt er daar één van. Het vrijstaande huisje, tot nu toe aangeduid als ‘bakhuisje’ is een beschermd gemeentelijk monument en is door de gebiedsontwikkeling van Kampershoek 2.0 in gemeentelijk bezit gekomen.
Met de opgave om dit gebied tot ontwikkeling te brengen komt er een kans aan het licht voor renovatie van het huisje. Omdat in de omgeving van het huisje de bebouwing gesloopt gaat worden t.b.v. nieuwe inrichting, moeten er verblijfplaatsen van beschermde diersoorten gecompenseerd worden. Het huisje is biedt hiervoor interessante mogelijkheden. Conserveren van de monumentale waarden van het huisje is daarbij een randvoorwaarde.
Daarnaast biedt het een kans om deze verblijfplaatsen zo effectief mogelijk in te richten. Het is bekend dat de effectiviteit van niet-ingebouwde voorzieningen door het ontbreken van genoeg massa voor warmtebuffering beperkt is. Compenserende maatregelen zijn daarmee vaak wel geschikt voor minder kritische soorten, zoals de hier aangetroffen gewone dwergvleermuis, maar voor kritischere soorten minder geschikt.
De mogelijkheden om grotere (winter)verblijfplaatsen in bebouwd gebied te realiseren zijn heel beperkt. Het bakhuisje is met de juiste ingrepen geschikt te maken als (winter)verblijf. De omgeving is al geschikt: de aanwezigheid van een groot waterlichaam en lijnvormige elementen (bomenrijen) maken de kans op vestiging van vleermuizen groot.
Om bovenstaand te onderzoeken is de gemeente partner in het Interreg-project Natuurinbouw. Met het project doen we ervaring op met natuurinclusief bouwen en gebouwafhankelijke soorten. Binnen dit project worden er in de gemeente Weert demonstratielocaties aangelegd waar de kennis van gebouwafhankelijke fauna wordt toegepast en gemonitord wordt op effectiviteit. Het bakhuisje kan één van deze demonstratielocaties worden.
Binnen het projectgebied zijn al reeds twee vleermuispaalkasten gerealiseerd (2023) op basis van het Mitigatie en Compensatieplan Kampershoek 2.0 uit 2020. De paalkasten zijn geschikt als zomer-, en paarverblijf. Bij milde winterse omstandigheden kunnen de paalkasten mogelijk ook functioneren als klein winterverblijf (Vivara, 2022). Of de paalkasten ook daadwerkelijk als klein winterverblijf in gebruik zijn genomen is niet bekend. De 2 vleermuispaalkasten zijn in het activiteitenplan geteld als vier alternatieve verblijfplaatsen. De resterende opgave op basis van het onderzoek zijn acht vleermuisverblijfplaatsen.
Voorwaarden waar deze verblijfplaatsen aan dienen te voldoen (BIJ12, informatieblad gewone dwergvleermuis):
- Een grote meerlaagse voorziening/ruimte, waarbij verschillende microklimaten aanwezig zijn. Een hoge luchtvochtigheid is daarbij wenselijk.
- De voorziening lijkt in uiterlijk op de bestaande verblijfplaats en de ingang is herkenbaar.
- De invliegopening is op vergelijkbare hoogte als op de bestaande verblijfplaats en is passend voor gewone dwergvleermuis (voor horizontale openingen 1,5-2 cm x 5-30 cm).
- De verblijfplaats is buiten bereik van predatoren en tocht- en kiervrij
- Het gebruikte materiaal moet geschikt zijn en voldoende duurzaam. De vleermuizen moeten zich kunnen vastgrijpen. Geschikt zijn bijvoorbeeld hout, steen en houtbeton.
In het studentenonderzoek komen de volgende mogelijkheden naar voren:
- Schoorsteen
Herstel van de oorspronkelijke schoorsteen met daarin een gelaagde voorziening die teven ook toegang biedt tot de holle zolderruimte
- Box-in-box
De holle ruimte is met enkele aanpassingen geschikt te maken voor vleermuizen. Hiervoor dient het o.a. tochtdicht gemaakte te worden, een invliegopening gerealiseerd te worden, kleinere tussenruimtes gecreëerd te worden
- Hangplekken creëren
In de bekleding van de dakconstructie
Doel:
- Realiseren aanvullende natuurcompensatie in en rondom het bakhuisje;
- Renovatie van het bakhuisje.
Renovatie van het object
Het monument dien zowel gerenoveerd te worden als geschikt te worden gemaakt voor flora en fauna. In het kader van de renovatie zijn in de basis de volgende renovatiewerkzaamheden van belang. Deze staan los van de werkzaamheden ten behoeve van de flora en fauna:
- Dakrenovatie;
- Vervangen van de spanten en balken die vanwege houtrot niet meer te repareren zijn;
- Vervangen van de bestaande kozijnen (vanwege vergevorderde houtrot) en beglazing;
- Herstellen van de schoorsteen;
- Verwijderen van het (plaatselijke) voegwerk in cementmortel en het bijvoegen in een passende kalkmortel (ter voorkoming van schade aan de baksteen door een de te harde cementmortel);
- Aanbrengen van goten voor de afwatering van de dakranden.
Blijf je graag op de hoogte?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!