Sint-Jozef Instituut - Natuurinclusieve gebouwen
Natuurinclusieve
Doelsoorten:
Vogels: Gierzwaluw, zwarte roodstaart, grauwe vliegenvanger
Vleermuizen: Gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis
Insecten: Solitaire bijen
Toegepaste maatregelen:
- Opbouw nestkast (8x gierzwaluwen, 2 x grauwe vliegenvanger)
- Externe voorziening voor insecten (4x solitaire bijenneststenen)
Gebouwdeel: gevel
schoolinfrastructuur
Locatie: Hasseltweg 383, 3500 Hasselt, Limburg, België
Gebruikers: leerkrachten en leerlingen
Kostprijs: (fauna-inclusieve maatregelen)
Ophangen nestkasten met hoogtewerker (2432,83 euro)
Nestkasten (17x gierzwaluwen, 2 x grauwe vliegenvanger, 4x solitaire bijen) 950 euro
Timing: start uitvoering: december 2025
Contactpersoon: Heleentje De Brauwer, heleentje.debrauwer@limburg.be
Het project in een notendop
De middelbare school Sint Jozef instituut is een voormalig kloostergebouw en erfgoedgebouw en ligt in de provinciale natuurverbinding tussen Bokrijk en De Maten. Op vraag van het Provinciaal Natuurcentrum, die bezig zijn met natuurverbindingen, werd gevraagd om het Sint Jozef-Instituut mee te nemen in het Natuur-Inbouw traject.
Eerder in 2022 was daar al rondom de bossen bij de school een vleermuisinventarisatie uitgevoerd door Natuurpunt Studie.
De conclusie in dit rapport was de volgende:
‘Het gebied is met minstens 10 vleermuissoorten naar Vlaamse normen een waardevol gebied voor vleermuizen. Meest belangrijk in termen van aantallen, is de activiteit van Gewone dwergvleermuis, Rosse vleermuis en Laatvlieger doorheen het gebied. Daarnaast is de aanwezigheid van diverse Myotis-soorten en van (Gewone) grootoorvleermuizen erg belangrijk, want dit zijn soorten voor dewelke natuurverbindingen heel belangrijk zijn. In tegenstelling tot Gewone en Ruige dwergvleermuis, Rosse vleermuis, Bosvleermuis en Laatvlieger, hebben Myotis- en grootoorvleermuis-soorten het veel moeilijker om zich in een urbaan landschap te kunnen verplaatsen. Dit komt zowel door hun minder sterke echolocatie en door hun lichtschuwheid. Dit is reeds meermaals aangetoond voor Ingekorven vleermuis (zie Boers & Verkem 2015; Boers & Willems 2019; Willems 2023). Volgende aanbevelingen kunnen de diversiteit aan vleermuizen behouden en zelfs versterken: behoud van oude holle bomen en dreven, inrichten van een of meerdere zolders als verblijfplaats voor vleermuizen, het aanbrengen van een vleermuiskasten, behoud of aanleg van poelen en hooilanden en de kleine landschapselementen versterken.’
Er was wel geweten dat er af en toe vleermuizen werden waargenomen op de school, maar niet om welke soorten en hoeveel dieren het exact ging.
Daarom vond op 29 maart 2024 een eerste rondgang plaats met het consortium en werd vastgesteld dat er zowel op de zolders van het oudere gebouw als de 15-jaar oude nieuwbouw her en der keutels van vleermuizen te vinden waren van zowel grootoorvleermuizen als dwergvleermuizen. De keutels van de dwergen werden verspreid op de oudere zolders en in de nieuwbouw gevonden, waar ze tevoorschijn kwamen bij openingen in de spijkerflensisolatiematten. Op 4 juni werd een automatische detector geplaatst. Ook op verschillende vensterbanken werden keutels gevonden op plekken waar er openingen waren tussen de kozijnen en gevelsteen of waar openingen in de spouw waren.
Op 7 juni werd het gebouw nogmaals onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen/ keutels op de zolder; Daarbij werden 5 gewone grootoorvleermuizen visueel waargenomen op de kapel. Op vrijdag 21 juni werd een uitvliegtelling georganiseerd om te achterhalen waar en hoeveel vleermuizen er uitvliegen. Door de grootte van het gebouw werd in het begin niet duidelijk een kolonie of een duidelijke in/ uitvliegopening vastgesteld. Half juli werd met behulp van de deelnemers van de vrijwilligerscursus vleermuizen een nieuwe uitvliegtelling georganiseerd. Op 23 augustus 2024 werd opnieuw een telling uitgevoerd en de automatische detector opgehangen. Ook bij deze tellingen werd het duidelijk dat er vleermuizen al van bij zonsondergang waar te nemen zijn, maar kon niet exact bepaald werden waar de vleermuizen het gebouw in- of uit vlogen. Een ochtend zwermtelling is daarvoor effectiever, maar daar zijn lastiger vrijwilligers voor te vinden. Op 2 juni 2025 werd een nieuwe uitvliegtelling uitgevoerd. Ditmaal werden langs de westkant uitvliegende meer dan 30 gewone dwergvleermuizen vastgesteld bij de dakoversteek. Bij een latere telling in juli, werden er op die locatie door een vrijwilliger geen vleermuizen meer aangetroffen. Mogelijk was de kolonie van locatie gewijzigd, iets wat heel normaal is bij vleermuizen, omdat ze van een netwerk aan verblijfplaatsen gebruik maken.
Naast de zolders met houten spanten, pengatverbindingen en balken, de spouwmuren met toegangsgaten, de zolder van de kapel en verouderde kozijnen en voegwerk met kieren en spleten biedt dit gebouw voldoende wegkruipmogelijkheden voor vleermuizen. Extra voorzieningen treffen kan, maar is op dit moment niet nodig, zolang de zolders ongebruikt blijven. Bij de meeste zolders zijn de vloeren in het verleden geïsoleerd en is het dak voorzien van dakfolies. Het is niet mogelijk te zeggen of deze ingrepen in het verleden een impact gehad hebben op eventuele vleermuiskolonies.
Aan de vleermuiskeutels bovenop de isolatie is alleszins te zien dat de zolders ook na deze ingrepen nog in gebruik zijn gebleven als hang of zwermplaats.
Bedreigingen voor de toekomst
Vermits het isoleren van gevels en het plaatsen van nieuwe ramen en kozijnen niet vergunningsplichtig is, zorgt dit niet alleen hier, maar op veel locaties voor bedreigingen voor aanwezig vleermuiskolonies. Bewust of onbewust kunnen hierdoor vleermuizen ingesloten raken en sterven.
Extra kansen
Door de goede contacten met zowel enkele biologieleerkrachten, de huisbewaarder en de concierge proberen we draagvlak voor gebouwgebonden diersoorten te creëren op de school.
Omdat verschillende gaten en spleten in de gevels al gebruikt worden door vogels, maar hier vaak geen aandacht aan besteed wordt, werden extra nestkasten voor vogels voorzien om zo ook educatief aandacht te schenken aan deze diersoorten.
Zo werden in december 2025 nestkasten opgehangen voor gierzwaluwen langs de noord- noord-oostelijke zijdes van de gebouwen waar witte dakoversteken aanwezig zijn.
Door de beperkingen van de hoogtewerker konden maar x van de 17 kasten voor gierzwaluwen onder de dakoversteek opgehangen worden.
Daarnaast werden er ook nestkasten voor solitaire bijen opgehangen op de speelplaats bij de oost- en zuidkant van de gevel en twee nestkasten voor grauwe vliegenvanger langs de boszijde van de school. Deze nestkasten zullen in het voorjaar en de zomer van 2026 nog geïnventariseerd worden.
Het contact met de school rond het project Natuur-Inbouw heeft er toegeleid dat de school wellicht in de toekomst samen met het Provinciaal Natuurcentrum stappen gaat zetten om het schoolplein te vergroenen. Ondanks de groene omgeving en het immense schoolterrein met bossen en heide, is de speelplaats namelijk bijna volledig verhard. Voor de lagere graad zorgt dit voor extra hittestress tijdens warme zomerdagen.
Een ontharding van het schoolterrein kan voor meer koelte en extra kansen voor meer biodiversiteit zorgen.
Blijf je graag op de hoogte?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!