Expertsessie: energie uit water op de politieke agenda
Wat is er nodig om energie uit water in Nederland succesvol te demonstreren én op te schalen? Deze vraag en oplossingen stonden centraal tijdens de bijeenkomst van beleidsmakers en vertegenwoordigers uit de sector. De belangrijkste belemmeringen voor de opschaling van energie-uit-water-innovaties, op het gebied van regelgeving, vergunningverlening en financiering kwamen aan bod.
Offshore For Sure (O4S) | 17/06/2026
Klaar voor opschaling, op zoek naar ruimte
Op 15 juni kwamen experts uit de Nederlandse energie-uit-watersector bijeen in het prachtige provinciehuis van Zuid-Holland. Een toepasselijke locatie: het iconische gebouw lijkt als een golf door het landschap te bewegen. Dutch Wave Power, Water2Energy en Bluespring vertegenwoordigden Offshore For Sure.
Tijdens de expertbijeenkomst gingen ontwikkelaars, beleidsmakers, financiers en vertegenwoordigers uit de sector met elkaar in gesprek over een belangrijke vraag: wat is er nodig om energie uit water in Nederland succesvol te demonstreren én op te schalen?
Hoewel de onderwerpen uiteenliepen van vergunningverlening tot financiering en innovatieruimte op zee, kwam één boodschap steeds terug: de technologieën willen opschalen, maar de randvoorwaarden moeten dan wel mee ontwikkelen. Het momentum in de sector is voelbaar, maar ook kwetsbaar.
Ruimte om te testen vormt daarbij een belangrijke bottleneck. De installaties zijn ontwikkeld, de kennis is aanwezig en de ambities zijn groot. Wat nog ontbreekt, zijn voldoende aangewezen en vergunde locaties op zee waar innovaties veilig kunnen worden getest en doorontwikkeld richting commerciële toepassing.
Van gesprek naar politieke actie
Thomas Peutz van Aquius Capital schetste de recente politieke ontwikkelingen rondom energie uit water.
Een belangrijke stap was de aangenomen motie van de Kamerleden Flach en Grinwis. Hierin wordt het kabinet gevraagd om samen met betrokken partijen een strategische agenda voor de uitrol van energie uit water op te stellen. Daarnaast moet worden onderzocht welke vormen van ondersteuning nodig zijn om innovatieve projecten door de uitdagende fase tussen demonstratie en grootschalige toepassing te helpen.
Juist in deze fase lopen veel projecten vast. Bestaande instrumenten, zoals de DEI+ en SDE++, sluiten volgens de sector onvoldoende aan op de behoeften van innovatieve energie-uit-waterprojecten.
Daarom wordt ook gekeken naar een betere verankering binnen de Integrale Kennis- en Innovatieagenda (IKIA). De verwachting is dat de Kamer voorafgaand aan het begrotingsdebat in het najaar meer duidelijkheid krijgt over de vervolgstappen.
Ruimte op zee: golfenergie en innovatieruimte op de Noordzee
Marco van Steekelenburg (Provincie Zuid-Holland) sneed een van de belangrijkste thema's van de middag aan: de beschikbaarheid van ruimte op zee voor innovatie. Terwijl offshore wind inmiddels een vaste plek heeft gekregen op de Noordzee, zoeken innovatieve energie-uit-watertechnologieën nog naar geschikte locaties om te kunnen testen en opschalen. Er zijn locaties nodig die dichter bij de kust liggen dan de huidige offshore windparken.
Vergunningverlening
Een tweede belangrijk onderwerp was vergunningverlening. De aanwezigen benadrukten dat bekende en eerder onderzochte risico's niet telkens opnieuw beoordeeld zouden moeten worden. Hierdoor kunnen tijd en capaciteit worden ingezet voor de vraagstukken die daadwerkelijk nieuw zijn.
Daarnaast werd gepleit voor een meer proportionele aanpak. Een kleinschalige pilot zou niet dezelfde vergunningslast moeten krijgen als een grootschalig commercieel project. Op dit moment kan zelfs een beperkt resterend risico leiden tot vertraging of afwijzing van een vergunning, ook wanneer passende maatregelen beschikbaar zijn.
Maak het ons makkelijk om ja te zeggen
Maak het de overheid makkelijker
Een boodschap van een beleidsmedewerker was dat de sector de overheid kan helpen sneller in beweging te komen. In plaats van vragen neer te leggen vanuit de gedachte "mag dit?", pleitte hij voor een meer partnerschapsgerichte aanpak: kom met concrete voorstellen die laten zien hoe iets wél mogelijk gemaakt kan worden.
Door met duidelijke, goed onderbouwde en beheersbare plannen te komen, wordt het voor beleidsmakers en vergunningverleners makkelijker om mee te denken en stappen te zetten. Of zoals hij het samenvatte: maak het ons makkelijk om ja te zeggen.
Naast de ontwikkeling van een strategische agenda werd gesproken over een mogelijke versneller op korte termijn: de aanstelling van een kwartiermaker bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze persoon zou, vergelijkbaar met de strategisch trekker bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei, bestaande knelpunten helpen oplossen, partijen met elkaar verbinden en de ontwikkeling van pilots, demonstratieprojecten en commerciële toepassingen ondersteunen. Zo kan de sector ook tijdens het opstellen van de bredere strategie voor energie uit water stappen blijven zetten.
Voor de periode na 2028 lijkt structurele ondersteuning vanuit innovatieprogramma's nog niet vanzelfsprekend. Energie uit water concurreert immers met andere innovatieve technologieën om schaarse publieke middelen en beperkte capaciteit binnen de overheid. Dat maakt voortdurende aandacht vanuit de sector essentieel.
Momentum in de sector is voelbaar maar ook kwetsbaar
In de discussie kwam naar voren dat de combinatie van regelgevende en financiële onzekerheid het voor start-ups lastig maakt om hun ontwikkeling goed te plannen. Wanneer processen te lang duren, dreigen innovatieve offshore-energieprojecten en gespecialiseerd talent zich te verplaatsen naar landen als Schotland en België, waar sneller ruimte wordt gemaakt voor pilots, demonstratieprojecten en verdere opschaling.
In dat licht werd gewezen op het risico dat Nederland opnieuw een leidende positie verliest, zoals eerder in de windenergiesector, die uiteindelijk vooral in Denemarken tot bloei kwam. Juist daarom ligt er nu een kans om die positie wél te pakken: bouw de sector hier op en exporteer de technologie wereldwijd.
Ruimte voor getijdenenergie in de Nederlandse delta
De sessie over getijdenenergie werd voorgezeten door Peter Scheijgrond (Bluespring). De delta wordt gezien als een logische plek voor ontwikkeling, dankzij bestaande infrastructuur zoals stormvloedkeringen en sluizen. Provincies en gemeenten tonen zich meetal pragmatisch en ondersteunend. Het belangrijkste knelpunt zit bij Rijkswaterstaat.
Klimaatopgaven en bestuurlijke processen
Binnen Rijkswaterstaat komen twee rollen samen: klimaatadaptatie (het land beschermen tegen water) en klimaatmitigatie (bijdragen aan duurzame energie). Tegelijkertijd wordt voor strategie en budget vaak teruggegrepen op het ministerie van Economische Zaken. In de praktijk leidt dat tot terughoudendheid bij vergunningverlening, mede vanwege eerdere projectervaringen en het gevoel dat beleidskaders en ambitie vanuit EZ onvoldoende helder zijn.
Testlocaties en de stap naar financierbaarheid
Testfaciliteiten en samenwerkingsverbanden zoals Offshore Proof — een internationaal initiatief met testlocaties in Frankrijk, België, Duitsland en Nederland — moeten de kloof dichten tussen vroege technologieontwikkeling en volwassen toepassing. Het doel is om binnen enkele jaren uit te groeien tot een gecertificeerde testomgeving die investeringszekerheid en vergunningverlening ondersteunt.
Duidelijk projectpijplijn is nodig
Voor investeerders is vooral van belang dat er vervolgens demonstratieprojecten op schaal komen, die meerdere jaren operationeel blijven en onderdeel zijn van een duidelijke projectpijplijn. Zonder zicht op vervolgprojecten blijft opschaling onzeker, en kan het ontbreken daarvan ook internationaal als waarschuwingssignaal worden gezien.
Vergunningen en praktijkervaring
Projecten uit de Oosterschelde en het Grevelingenmeer met bewezen veilige werking liepen toch vast op herhaalde beoordelingen en zware eisen rond onder meer visveiligheid, zelfs wanneer de ecologische relevantie beperkt is of ontbreekt. Dit leidt in sommige gevallen tot jarenlange vertragingen en hoge kosten voor relatief kleinschalige pilots. De sector pleitte daarom voor een meer gefaseerde aanpak, waarin aannames stap voor stap worden getoetst en eisen beter aansluiten bij de schaal en ontwikkelfase van projecten.
Wat brengen we mee naar de Kamer, de minister en naar ICOE-OEE?
De bijeenkomst maakte duidelijk dat de grootste belemmeringen voor energie uit water niet technologisch van aard zijn, maar institutioneel. De urgentie hoog: zonder versnelling dreigt talent en bedrijvigheid naar het buitenland te vertrekken, terwijl de sector juist klaar is om door te groeien naar een volgende fase.
De gedeelde prioriteiten zijn helder.
- Opvolging van de motie voor de aanstelling van een kwartiermaker bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
- Duidelijke erkenning van energie uit water als onderwerp van nationaal belang
- Beschikbaarheid van test- en demonstratieruimte dicht bij de kust
- Een vergunningenkader dat ruimte biedt voor leren en experimenteren, in plaats van vroegtijdig blokkeren van initiatieven
- Opbouw van een realistisch opschalingspad van pilot → demonstratie → commerciële toepassing
- Ontwikkeling van een voorspelbare projectpijplijn als basis voor investeringen en industriële groei
Met de recente politieke aandacht, de aangekondigde strategische agenda en de internationale ICOE-OEE 2026 in Den Haag liggen er volop kansen om gezamenlijk momentum te creëren voor de verdere ontwikkeling van energie uit water in Nederland.
Gerelateerd nieuws
Blijf je graag op de hoogte?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!