Terug naar overzicht
Nieuws

LOGES workshop: de rol van burgers en lokale besturen in geïntegreerde energiesystemen

Op 10 maart organiseerde het consortium achter het LOGES project een workshop in Terheijden (Nederland). Lees hier een verslag van de belangrijkste lessen uit Nederland en Vlaanderen voor lokale energiesystemen rond de rol van burgers en lokale besturen in geïntegreerde energiesystemen.

LOGES | 17/03/2026

TH003

 

Op 10 maart (2026) was het weer tijd voor een LOGES-workshop! Meer dan 30 deelnemers uit Nederland en Vlaanderen ontmoetten elkaar in Terheijden, waar LOGES consortiumpartner Traaise Energie Maatschappij gevestigd is. In een goedgevulde middag met veel interactie wisselden deelnemers kennis en ervaringen uit over de ontwikkeling van lokale energieprojecten dankzij boeiende presentaties, groepsdiscussies en een bezoek aan de installaties van TREM.

TH013
TH017

De rol van gemeentebedrijven in de warmtetransitie

Selçuk Akinci, accounthouder in het recent opgerichte gemeentebedrijf Eindhoven Energie, beet de spits af en begon zijn presentatie met een antwoord op de vraag: waarom een gemeentebedrijf?

TH005

 

Daar bleken verschillende redenen voor te zijn: ten eerste kenden de reeds bestaande gemeentelijke warmtenetten (operationeel sinds begin de jaren 2010) amper doorgroei. Daarnaast heeft Eindhoven weinig warmtebronnen op het grondgebied die op hoge temperatuur warmte kunnen leveren. Geothermie kan hier een oplossing bieden, maar dan dient de bodem wel efficiënt ingezet te worden. Om versnippering te vermijden liggen collectieve systemen dan het meest voor de hand, en dat is ook waar het gemeentebedrijf een belangrijke rol te vervullen heeft. Andere redenen voor de oprichting van Eindhoven Energie waren de Wet Collectieve Warmte, die aanstuurt op publiek eigenaarschap, en het feit dat ook bredere maatschappelijke vraagstukken, zoals energiearmoede, deel uitmaken van de transitie van de warmtevoorziening.

De link tussen lokale elektriciteit en lokale warmte, focus van het LOGES project, werd ook aangehaald als een sterke reden voor het implementeren van collectieve warmte. Met name het feit dat een warmtenet in Nederland geldt als ‘congestieverzachter’ kan een groot voordeel worden.

 

In Nederland, en steeds meer in Vlaanderen, is het een uitdaging voor zowel bedrijven als particulieren om een nieuwe aansluiting op het elektriciteitsnet te krijgen. Het uitrollen van een warmtenet kan, omwille van de inherente flexibiliteit, helpen om het bestaande net zo efficiënt mogelijk in te zetten bij de overgang naar niet-fossiele warmtebronnen. Wat tijdens de discussie nog naar boven kwam is dat dit voordeel nog niet op een eerlijke manier verrekend wordt: wanneer alle bewoners in een buurt afzonderlijk een warmtepomp installeren, zal het net verzwaard moeten worden, een kost die verdeeld wordt over alle gebruikers van het net. Wanneer er voor collectieve warmtevoorziening gekozen wordt, zijn het enkel de bewoners van de buurt die de meerkost betalen, hoewel de netverzwaring vermeden wordt. Iets voor beleidsmakers om de tanden in te zetten?

Regionale ontwikkeling en geïntegreerde energieprojecten

Magdeleen Sturm, directeur-bestuurder bij Publiek Ontwikkelbedrijf Regionale Energie- en Klimaatstrategie (kortweg POB REKS), nam de fakkel over en verlegde de focus van warmte naar elektriciteit en van gemeente- naar regionale ontwikkeling. Deze ‘ontwikkeling’ mag in het geval van POB REKS eigenlijk breder dan enkel elektriciteit genomen worden: het bedrijf heeft de doelstelling om aan brede gebieds- en duurzaamheidsontwikkeling te doen, o.m. voor landbouw en natuur, en kijkt bijvoorbeeld ook naar synergieën met rioolwaterzuiveringsinstallaties als energieverbruiker, warmtebron en producent van biogas.

Deze grotere schaal reflecteert zich ook in de energieprojecten waar het ontwikkelbedrijf op inzet, d.i. recentere generaties windmolens (op land) met tiphoogtes tot 255m. Dit geheel kan natuurlijk complex worden en krijgt ook vaak heel wat tegenkanting van omwonenden, iets wat het POB probeert te vermijden door actief naar omwonenden toe te stappen om hun benadering toe te lichten.

TH007

 

Wat daarbij kan helpen is het feit dat er over de hele werking gestreefd wordt naar een ‘zwarte nul’ in de boekhouding. De gemaakte winsten worden dus geherinvesteerd in de regio en volgens de doelstellingen en strategie van het bedrijf (o.m. maatschappelijke meerwaarde en technologische en sociale innovatie).

Burgerparticipatie: maatwerk en timing

In de laatste presentatie stond de burger centraal. Vanuit het perspectief van lokale overheden of andere initiatiefnemers van lokale energieprojecten gingen Wessel Ganzevoort en zijn collega Martijn Groenleer van de academische werkplaats klimaat en energie aan de Universiteit van Tilburg op zoek naar een aantal ‘best practices’ voor burgerparticipatie. Wessel presenteerde hun bevindingen aan de hand van vier vragen: waarom, wat, wie en hoe, met als overkoepelende conclusie dat elk project ook wat betreft burgerparticipatie telkens weer wat maatwerk is.

Eens de vier centrale vragen beantwoord zijn, blijven een aantal belangrijke aspecten om rekening mee te houden over. Zo is er bijvoorbeeld de timing (op welk moment in het ontwikkelproces is het het meest relevant om burgers te betrekken?) of is het belangrijk om een balans te vinden tussen het bereiken van de juiste doelgroep en het respecteren van ieders eigenheid (je kan niet van die ene aanwezige jongere verwachten dat hij/zij de stem is van alle jongeren in de buurt). Conflict, zoals de tegenkanting waar POB REKS soms mee te maken krijgt, kan je vermijden, maar ook gebruiken om te weten te komen wat echt belangrijk is voor de burgers die je probeert te betrekken.

Vlaanderen en Nederland: verschillen en gelijkenissen

Ook uit de groepsdiscussies die volgden kwamen nog heel wat lessen. Met name de verschillen en gelijkenissen tussen Vlaanderen en Nederland vonden deelnemers soms verrassend.

Ondanks de lange traditie van samenwerking en coöperaties lijken de talrijke energiecoöperaties in Nederland bijvoorbeeld niet altijd de beste relatie te hebben met het gemeentebestuur. Op de vraag waar dat aan kan liggen kon niet echt een antwoord gegeven worden, maar de vaststelling leek in elk geval te gelden voor meerdere energiecoöperaties, werd bevestigd door een bron van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie.

Beide landen percipiëren de eigen samenleving ook als ‘zeer individueel ingericht’ (meer dan die van de ander), en beide landen ervaren dit als een probleem voor het opstarten van lokale energieprojecten. Een deelnemer verwoordde het als volgt: ‘we hebben geleerd in individuele oplossingen te denken, en dat maakt het lastig om naar collectieve systemen over te stappen’.

Een minder verrassend, maar wel zeer relevant verschil, is ruimtelijke ordening. Vlaanderen kampt met lintbebouwing waarin elk huis er anders uit ziet, terwijl in Nederland stads- en dorpskernen effectief herkenbaar zijn en wijken vaak als een geheel werden ontwikkeld. Het laat zich raden welke situatie zich het best leent tot collectieve warmteprojecten. Een ander voorbeeld van een beleid rond ruimtelijke ordening is het feit dat de Regionale Energie- en Klimaatstrategie op voorhand vastlegt wat de zoekgebieden zijn voor energiehubs. Ontwikkelbedrijven zoals POB kunnen dus a priori in sommige gebieden al niets ontwikkelen.

Werfbezoek Terheijden als afsluiter

Als kers op de taart leerden de deelnemers van een enthousiaste Sander Lodewikus hoe het traject van de Traaise Energie Maatschappij en het Traais Energie Collectief eruit zag in de afgelopen jaren, en kon de stookplaats van de organisatie bezocht worden. Een mooie afsluiter van een middag vol interactie en kennisuitwisseling!

TH027
TH023

Deel deze pagina

Gerelateerd nieuws

Blijf je graag op de hoogte?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!