Van dioxinecrisis naar hypermoderne opfokstal: de toekomstvisie van de familie Smets
Frans en Toon Smets namen collega pluimveehouders mee in het verhaal achter hun nieuwe opfokstal, waarin ventilatie, energiebeheer en emissiereductie hand in hand gaan met aandacht voor diergedrag en dierenwelzijn.
RAMBO | 06/07/2026
Tijdens een Tour de Boer van project RAMBO kregen pluimveehouders een inkijk in het bedrijf van de familie Smets in Kalmthout. Frans en Toon Smets namen de deelnemers mee in het verhaal achter hun nieuwe opfokstal, waarin ventilatie, energiebeheer en emissiereductie hand in hand gaan met aandacht voor diergedrag en dierenwelzijn. Hun traject toont hoe visie, vakmanschap en doorzettingsvermogen het verschil kunnen maken in een sector die voortdurend in verandering is.
Een moeilijke start na de dioxinecrisis
Frans Smets begon in 1993 thuis met vleeskuikens. Enkele jaren later werd ook zijn bedrijf zwaar getroffen door de gevolgen van de dioxinecrisis. Hij omschrijft die periode vandaag nog steeds als “een jaar voor niks gewerkt”. Het was een moeilijke start, maar tegelijk een periode waarin duidelijk werd dat het bedrijf op termijn anders ingericht moest worden.
Thuis beschikte Frans over twee kleine stallen met samen ongeveer 40.000 dieren. Economisch bood dat onvoldoende perspectief voor de toekomst. Via Luc Willems van Voeders Van den Berghe kwam hij in contact met Vencomatic. Samen werd het Jump Start-systeem ontwikkeld. Al snel bleek dat opfok goed bij hem paste: het werken met jonge dieren, het sturen op gedrag en gezondheid en het technisch optimaliseren van systemen spraken hem aan.
In 2001 startte Frans officieel met opfok voor alternatieve houderijsystemen. Dat was op dat moment geen evidente keuze. De klassieke kooi was toen nog dominant aanwezig en niet iedereen begreep waarom hij net voor een alternatief systeem koos. Toch hield hij vast aan zijn visie. Door vooruit te kijken en ervaring op te bouwen met alternatieve opfok legde hij de basis voor de verdere ontwikkeling van zijn bedrijf.
Foto: Het pluimveebedrijf van de familie Smets
Van CeHave naar Vepymo en Verbeek/PPB
Rond 2007-2008 stopte CeHave-Vandenberghe met de opfokactiviteiten. Tot dan waren integraties nog actief betrokken bij opfok, maar die activiteiten werden geleidelijk afgebouwd. Frans voerde ondertussen gesprekken met Broeierij Verbeek, maar koos uiteindelijk voor een samenwerking met Vepymo.
Die samenwerking verliep goed. Toch bleef er wederzijdse interesse tussen Verbeek en de familie Smets om samen te werken. Toen het contract met Vepymo afliep, maakte Frans uiteindelijk de overstap naar Verbeek. Toevallig werd Verbeek een jaar later onderdeel van PPB (Premium Poeljen België). Tot op vandaag zijn alle betrokken partijen tevreden over die samenwerking.
De geschiedenis van het bedrijf toont hoe belangrijk langdurige relaties, vertrouwen en strategische keuzes zijn binnen de pluimveeketen. Voor de familie Smets is opfok geen nevenactiviteit, maar een bewuste specialisatie waarin jarenlang ervaring werd opgebouwd.
Een systeem dat natuurlijk gedrag stimuleert
Frans Smets stond mee aan de basis van de ontwikkeling van het Jump Start-systeem. Tegelijk benadrukt hij dat elk systeem zijn aandachtspunten heeft. In de nieuwe stal wordt gewerkt met een rijensysteem waarbij water en voer zich op één niveau bevinden. Daardoor vraagt het systeem extra aandacht voor het stimuleren van beweging bij de dieren.
Vooral tijdens vaccinatiemomenten moeten Frans en Toon alert zijn. Wanneer kuikens onvoldoende bewegen, kan er risico ontstaan op verstikking. Observatie van diergedrag blijft daarom cruciaal. Gezonde kuikens zijn nieuwsgierig: zodra het licht aangaat, verlaten ze spontaan hun zitplaatsen om op verkenning te gaan. ’s Avonds zoeken ze opnieuw hogere plaatsen op om te slapen.
Volgens Frans moet een goede stal ruimte bieden voor natuurlijk gedrag. Het rijensysteem ondersteunt dat door dieren meer bewegingsruimte te geven, beschutting te bieden en hen de mogelijkheid te geven zich terug te trekken. Tegelijk vraagt het systeem een nauwgezette opvolging en goed management.
Foto: deelnemers kregen een inkijk in de pluimveestallen van de familie Smets
Ventilatie als basis voor de toekomst
Ook bij het ontwerp van de nieuwe stal werd bewust vooruitgekeken. De stal is ontworpen met het oog op toekomstige ontwikkelingen en wordt later uitgebreid met een wintertuin. Het ventilatiesysteem werd daarop afgestemd. Er wordt gewerkt met inblaasventilatoren in de nok en extractieventilatoren in de eindgevel, zodat ook in de toekomst onder gelijke druk kan worden geventileerd wanneer de uitloop wordt geopend.
De eerste plannen voor de stal dateren van 2023. Waar oorspronkelijk nog werd uitgegaan van ventielen, werd uiteindelijk gekozen voor een lichtstraat en ventilatoren in de nok. Dat bleek beter te passen bij de gewenste ventilatie, lichtinval en toekomstige bedrijfsvoering.
Het beperken van emissies bracht wel aanzienlijke extra kosten met zich mee. Voor onder meer gas, mestbandbeluchting en gelijkdrukventilatie investeerde de familie bijna 500.000 euro extra. Dat zijn investeringen die in andere Europese landen vaak niet verplicht zijn, maar hier noodzakelijk waren om aan de gestelde eisen te voldoen.
Pluimveehouder én energieboer
Naast dierwelzijn en staltechniek is energiebeheer een belangrijk thema op het bedrijf. Omdat de straat nog op laagspanning werkte, moest de familie zelf investeren in een cabine. Dat vormde meteen de aanleiding om het volledige energieverbruik onder de loep te nemen.
Het resultaat is een combinatie van zonnepanelen, batterijen en een slim energiesysteem. De bedoeling is om zowel de stallen als de woningen zoveel mogelijk op zelf geproduceerde energie te laten draaien. Daarmee wordt niet alleen gestuurd op kostenbeheersing, maar ook op robuustheid en toekomstbestendigheid.
Toon Smets, zoon van Frans, stapte intussen mee in het bedrijf. Met zijn achtergrond als koeltechnieker groeide hij uit tot de energiespecialist van het bedrijf. Daarnaast is hij actief binnen FarmPower, een groep landbouwers die gezamenlijk elektriciteit aankopen en verkopen om betere voorwaarden te realiseren.
Toon volgt dagelijks de elektriciteitsprijzen op. Daardoor weet de familie precies wanneer energie goedkoop of duur is. Dat leidt tot praktische keuzes in de bedrijfsvoering. Zoals Toon met een glimlach aangeeft:
“De mest afdraaien doe je best op zondagnamiddag, en niet tussen 7 en 8 uur ’s morgens tijdens de week.”
Zijn technische achtergrond is een grote meerwaarde. De nieuwe stal bevat veel techniek en automatisering. Voor elk defect een externe technieker inschakelen is financieel niet haalbaar en kost bovendien tijd. Door zelf storingen te kunnen oplossen, blijft het bedrijf wendbaar en worden stilstand en kosten beperkt.
Frans en Toon deden tijdens de bouw ook zoveel mogelijk zelf. Daarmee bespaarden ze werkuren, maar bouwden ze vooral ook volledige kennis op van de installatie. Die kennis is waardevol voor het dagelijks beheer van de stal.
Foto: rondleiding op het pluimveebedrijf van de familie Smets
Vergunningen: een lange en dure weg
Ook het vergunningstraject verliep niet zonder hindernissen. De eerste aanvraag werd ongeveer anderhalf jaar geleden ingediend. De vergunning liep af in oktober 2024, waardoor tijdsdruk ontstond. Net voor het verstrijken van de termijn werd nog beroep aangetekend.
Daardoor moest het volledige traject opnieuw worden opgestart. Alle instanties moesten opnieuw worden doorlopen, er kwamen extra kosten bij en opnieuw gingen maanden voorbij. Uiteindelijk werd de vergunning toch goedgekeurd.
Gelukkig bleven de meeste materiaalprijzen in de tussentijd stabiel. Wel waren de werkuren van sommige aannemers intussen flink gestegen. Het vergunningstraject laat zien dat investeren in een moderne pluimveestal niet alleen technisch en financieel uitdagend is, maar ook veel doorzettingsvermogen vraagt.
Verwarming en warmteverdeling
Ook de verwarmingsinstallatie kreeg veel aandacht. Een mazoutinstallatie werd door de provincie Antwerpen afgekeurd vanwege de uitstootproblematiek in de regio. Een geothermische warmtepomp bleek technisch mogelijk, maar financieel niet rendabel omdat de verwarmingsperiode relatief beperkt is. Daarom werd uiteindelijk gekozen voor gas.
De warmte wordt via mestbandbeluchting dicht bij de kuikens gebracht. Die inspiratie haalden Frans en Toon onder andere bij een opfokinstallatie in Nederland die zij bezochten ter voorbereiding van hun eigen project. Daarnaast gingen zij kijken bij collega-opfokkers in Duitsland, Nederland en Frankrijk.
Op basis van deze bezoeken gaven zij praktische opmerkingen door aan Vencomatic, onder andere over ophanging, stevigheid en gebruiksgemak. Vencomatic luisterde goed naar deze praktijkervaringen. Dat gaf voor Frans en Toon uiteindelijk de doorslag om opnieuw met Vencomatic samen te werken.
Deze samenwerking is een mooi voorbeeld van innovatie vanuit de praktijk. Techniek wordt sterker wanneer de ervaring van pluimveehouders actief wordt meegenomen in de ontwikkeling van nieuwe systemen.
Foto: rondleiding op het pluimveebedrijf van de familie Smets
Toekomstgericht, maar met beide voeten op de grond
Volgens Frans is het grootste voordeel van het nieuwe rijensysteem het contact met de dieren.
“In plaats van boven de kuikens te staan, loop je nu echt tussen de dieren. Dat zorgt voor minder stress en rustiger gedrag.”
Ook de kleinere groepen binnen het systeem bieden voordelen. Het risico op verstikking wordt kleiner en de dieren kunnen beschutting zoeken. Volgens Frans en Toon bootst het systeem meer een natuurlijke omgeving na, vergelijkbaar met een bos waar dieren kunnen schuilen en hoger kunnen zitten.
Hoewel de sector voortdurend verandert, blijft de familie Smets trouw aan wat zij graag doet: opfokken. Overschakelen naar vleeskuikens of eierproductie spreekt hen minder aan. Zij halen voldoening uit het praktische werk, de technische uitdaging en het relatief stabiele inkomen dat opfok biedt.
Daarmee laat het bedrijf zien hoe specialisatie binnen de pluimveehouderij kan ontstaan. Iedere subsector vraagt eigen kennis en vakmanschap. In dit geval zijn Frans en Toon echte opfokspecialisten geworden.
Foto: Het Jump-Start-systeem, een rijensysteem waarbij water en voer zich op één niveau bevinden
Beoordeling door veehouders
De Tour de Boer bij de familie Smets gaf de deelnemende pluimveehouders een concreet en praktijkgericht beeld van een moderne opfokstal waarin techniek, dierenwelzijn en energiebeheer samenkomen
Het bedrijfsbezoek werd gewaardeerd vanwege de open inkijk in zowel de keuzes als de uitdagingen achter de nieuwe stal. De combinatie van ervaring bij Frans en technische kennis bij Toon vormt een sterke basis voor de verdere ontwikkeling van het bedrijf.
Het rijensysteem laat zien hoe staltechniek kan bijdragen aan natuurlijk gedrag, rustiger diergedrag en beter contact tussen pluimveehouder en dier. Tegelijkertijd werd duidelijk dat dergelijke systemen ook aandacht vragen op het gebied van management, ventilatie, vergunningen, investeringskosten en technische kennis.
De familie Smets toont met haar bedrijf dat toekomstgericht ondernemen niet alleen draait om nieuwe technieken, maar vooral om visie, praktijkervaring en de bereidheid om te blijven leren. Met de combinatie van vakmanschap, technische kennis en nuchter ondernemerschap lijkt het bedrijf klaar voor de toekomst.
Wil je meer weten over beloftevolle ammoniakreducerende technieken?
Kom op 15 september naar het slotevent van project RAMBO in Sint-Niklaas. Je krijgt er een overzicht van de belangrijkste onderzoeksresultaten en praktijkervaringen rond emissiereductie in de varkens- en pluimveehouderij. Daarnaast kan je deelnemen aan keuzesessies over technieken, regelgeving en toekomstperspectieven voor de sector.
Gerelateerd nieuws
Blijf je graag op de hoogte?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!