Terug naar overzicht
Nieuws

Innovatie, waterbouw en biobased bouwmaterialen uit de griend

Tijdens twee werkbezoeken aan wilgentelers en waterbouwspecialisten werd duidelijk hoe veelzijdig de wilgenteelt in Nederland is geworden.

CASCO Carbon Sink Construction | 22/06/2026

CASCO Wilgentenen

 

Tijdens twee werkbezoeken aan wilgentelers en waterbouwspecialisten werd duidelijk hoe veelzijdig de wilgenteelt in Nederland is geworden. Zowel bij het familiebedrijf Van Schaik in Ingen als bij Van Aalsburg in Hellouw stonden waterbouw, natuurbeheer, CO₂-opslag en carbon credits centraal. De bezoeken gaven een inkijk in een sector waarin traditioneel vakmanschap en innovatieve technieken steeds meer samenkomen.

Wilgenteelt als circulaire teelt

Bij Van Schaik werd zichtbaar hoe professioneel de moderne griendteelt inmiddels is georganiseerd. De wilgen worden in rijen geplant met een relatief kleine plantafstand van circa 30 centimeter in de rij en ongeveer 45 centimeter tussen de rijen. De wilgen groeien vanuit zogenaamde stoven (ras Raamberg en Salix Viminalis) die ongeveer 15 centimeter boven het maaiveld uitsteken. Na een groeiperiode van twee jaar worden de wilgentenen machinaal geoogst en direct gebundeld met sisal – een natuurlijk touw gemaakt van agavevezels – tot zogenoemde wiepen (bossen wilgentenen). Deze worden onder andere toegepast in de waterbouw voor zinkstukken en oeverbescherming.

Zinkstukken zijn matten die oevers en bodems van rivieren en andere wateren beschermen tegen erosie. Ze worden onder meer toegepast bij rivierkribben, dammen en dijken. De wilgentenen worden zowel geoogst uit eigen plantages (grienden) als uit natuurgebieden in beheer.

Tijdens het bezoek waren ook toepassingen zichtbaar voor natuurvriendelijke oevers. Zo werd een systeem getoond waarbij rietplanten worden opgekweekt op wilgenmatten in het water. Deze matten worden langs oevers aangebracht en verteren na verloop van tijd, waarna het riet de stabiliserende functie overneemt.

Een griend kan circa 25 jaar productief blijven. Daarna worden de planten te breed om nog efficiënt machinaal te kunnen oogsten. Het verwijderen van een griend blijkt relatief eenvoudig: met een bosfrees kan het perceel weer worden vrijgemaakt voor ander gebruik. Daarmee blijft de teelt flexibel en behouden landbouwers de mogelijkheid om later weer over te schakelen naar andere gewassen. De teelt vraagt bovendien geen specifieke grondsoort, al geeft een kleirijke bodem wat voorsprong.

Omdat de griend binnen de wettelijke termijn van maximaal tien jaar cyclisch wordt geoogst, blijft deze op landbouwgrond vrijgesteld van de herplantplicht die geldt voor permanent bos. Hierdoor behoudt de landbouwer de vrijheid om later van gewas te wisselen. Zodra landbouwgrond echter officieel verandert in bosgrond, vervallen reguliere landbouwsubsidies zoals de GLB-vergoeding. Daarnaast daalt de grondwaarde van goede landbouwgrond bij omzetting naar bosgrond aanzienlijk, naar schatting zo’n 70 tot 80 %.

Voor stoppende landbouwers die nog wel grond bezitten, kan wilgenteelt een interessant verdienmodel vormen. Grond kan worden verpacht voor circa € 1.500 per hectare per jaar, bovenop de bestaande GLB-vergoeding. Daarbij wordt de grondeigenaar volledig ontzorgd, terwijl de opbrengsten uit carbon credits toekomen aan de wilgenteler.

Griend binden oogsten wilgentenen 1

Beheer, biodiversiteit en bodem

Opvallend was de beperkte input die de teelt vraagt. Bemesting vindt slechts eens per twee jaar plaats met kippenmestkorrels indien de griend zijn gehele commerciële levensduur (25 jaar) in bedrijf blijft. In andere gevallen waarbij de griend naar 9 jaar wordt vervangen, zoals bij van Aalsburg wordt geen bemesting toegepast. Na de oogst blijven blad en kleine takjes op het land achter, waardoor organisch materiaal terugkeert in de bodem. De oogstperiode loopt van november tot maart; daarna loopt de wilg vanzelf weer uit.

Incidenteel kan een griend worden aangetast door plagen, zoals het wilgenhaantje (een keversoort). Indien nodig worden deze bestreden met gewasbeschermingsmiddelen.

Naast de productie van biomassa bleek biodiversiteit een belangrijk thema binnen de griendteelt. De dichtbegroeide wilgenvelden bieden luwte en beschutting voor insecten, vogels en grotere dieren. Tegelijkertijd vraagt het beheer veel vakkennis. Onkruiden zoals braam en klimop moeten regelmatig handmatig worden verwijderd, mede doordat vogels de zaden verspreiden in de grienden.

Innovatieve schaalvergroting in Hellouw

Waar Van Schaik vooral de traditionele griendcultuur vertegenwoordigt, laat Van Aalsburg in Hellouw zien hoe ver schaalvergroting en mechanisatie inmiddels zijn doorontwikkeld. Het bedrijf heeft ruim 200 hectares aan plantage in eigendom en beheert ruim 300 hectares natuurgebieden. Op de plantages worden innovatieve GPS-gestuurde machines ingezet voor zowel het planten als het oogsten.

Door extreem dicht te planten – tot circa 75.000 stekken per hectare – ontstaat een zeer hoge biomassaproductie. Volgens Van Aalsburg nemen de wilgen in twee jaar tijd circa 23 ton CO₂ per hectare op. Het koolstofpercentage van wilgenhout bedraagt ongeveer 48,4 procent.

Een groot deel van de geoogste wilgentenen verdwijnt langdurig onder water in waterbouwkundige toepassingen, waardoor de opgeslagen koolstof langdurig behouden blijft. Een belangrijk economisch aspect daarbij zijn carbon credits. Omdat een aanzienlijk deel van het hout langdurig wordt toegepast in waterbouwconstructies, ontstaat recht op inkomsten uit koolstofcertificaten. Dit maakt de teelt financieel aantrekkelijker.

Binden van wieden

Alternatief voor kunststof geotextiel

Een belangrijk onderwerp tijdens het bezoek aan Van Aalsburg was de vervanging van synthetische geotextielen. Tot 2021 verwerkte het bedrijf jaarlijks nog circa één miljoen vierkante meter geotextiel. In Nederland wordt jaarlijks naar schatting 20 tot 40 miljoen m² geotextiel toegepast; in Europa ligt dat tussen de 300 miljoen en 1 miljard m² per jaar. De markt wordt nog sterk gedomineerd door synthetische kunststoffen. Slechts circa 1 procent bestaat momenteel uit biobased alternatieven op basis van jute, kokosvezels of PLA.

Traditionele geotextielen bestaan grotendeels uit synthetische kunststoffen zoals polypropyleen. Deze materialen verbrokkelen onder invloed van zonlicht en weersomstandigheden tot microplastics, die uiteindelijk in bodem en water terechtkomen. De zuivering van deze vervuiling brengt hoge maatschappelijke kosten met zich mee.

Van Aalsburg werkt daarom aan alternatieven op basis van natuurlijke vezels zoals jute en hennep. In eerste instantie werd jute uit Bangladesh geïmporteerd en toegepast, maar vanwege de milieu-impact en de kosten van transport wordt inmiddels de in Oekraïne geteelde, geoogste en traditioneel gesponnen hennep geïmporteerd. De ambitie is om op termijn het spinnen en verwerken van deze vezels weer dichter bij Nederland te organiseren. De hennep wordt door Zwarts jutenweverij (NL familie bedrijf Oldenzaal) geweven.

Hiermee probeert het bedrijf het gebruik van fossiele kunststoffen sterk terug te dringen. Volgens Van Aalsburg is inmiddels al een kunststofreductie van circa 90 procent gerealiseerd. Wel blijft de lobby van de kunststofindustrie volgens het bedrijf sterk aanwezig binnen deze markt.

Machines opslag en verwerking van Aalsburg

Verduurzaming van machines en energiegebruik

Ook de verduurzaming van het machinepark kreeg veel aandacht. Door het gebruik van HVO-brandstoffen, elektrificatie van kranen en accugereedschap is de CO₂-uitstoot van het machinepark volgens Van Aalsburg met ongeveer 90 % gereduceerd. Inmiddels is ruim 25 % van de werk gerelateerde voertuigen, zoals kranen, minigravers en boten, volledig elektrisch.

Daarnaast zijn de daken van de bedrijfspanden voorzien van circa 750 zonnepanelen die bijdragen aan de energievoorziening van het bedrijf.

De combinatie van emissievrije machines, natuurlijke materialen en CO₂-opslag in biomassanlaat zien dat het bedrijf actief zoekt naar manieren om zowel de operationele als de materiaal gebonden uitstoot terug te dringen.

Beyond Wood: van waterbouw naar bouwsector

Een deel van de geoogste wilgen krijgt inmiddels ook een toepassing in de bouwsector. Binnen de coöperatie Beyond Wood werken verschillende partijen samen aan de ontwikkeling en verkoop van plaatmateriaal op basis van wilgenhout. In deze samenwerking zijn onder andere Van Aalsburg, verwerkers en Reduco als producent van plaatmateriaal vertegenwoordigd.

De ambitie is om de keten verder uit te bouwen richting prefab bouwtoepassingen. Daarmee ontstaat een interessant perspectief voor de inzet van dit snelgroeiende Nederlandse gewassen als biobased bouwmateriaal.

Een belangrijk aandachtspunt binnen biobased ketens blijft het transport. Transportkosten vormen een aanzienlijk deel van de totale kosten binnen biobased materiaalketens. Regionale ketenvorming en lokale verwerking zijn daarom essentieel om biobased materialen economisch concurrerend te maken.

Conclusie

De werkbezoeken maakten duidelijk dat wilgenteelt zich ontwikkelt van een traditionele niche naar een innovatieve sector met potentieel voor waterbouw, natuurbeheer en de biobased bouwsector. Vooral de combinatie van snelle hergroei, CO₂-opslag, biodiversiteit en circulaire toepassingen maakt de wilg interessant binnen de transitie naar een duurzamere bouw- en grondstoffensector.

Tegelijkertijd werd zichtbaar dat succesvolle opschaling vraagt om specialistische kennis, investeringen in mechanisatie, verdere ontwikkeling van regionale verwerkingsketens en de afzetmarkt binnen de bouwsector is momenteel nog beperkt. Om verdere doorontwikkeling en opschaling mogelijk te maken, is een grotere afzet van biobased producten noodzakelijk. Juist in die koppeling tussen landbouw, waterbouw en biobased bouwen lijken nieuwe kansen te ontstaan voor de komende jaren.

Deel deze pagina

Blijf je graag op de hoogte?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!