GREEN-SENSE
Binnen GREEN-SENSE zetten we grote stappen richting autonoom telen waarbij zo efficiënt mogelijk gebruik gemaakt wordt van energie, arbeid en nutriënten door ontwikkeling van geavanceerde sensortechnologieën en deze in te zetten in de serre.
Over ons
Doelstelling van het project
Binnen GREEN-SENSE zetten we grote stappen richting autonoom telen waarbij zo efficiënt mogelijk gebruik gemaakt wordt van energie, arbeid en nutriënten. We doen dit door geavanceerde sensortechnologieën te ontwikkelen en in te zetten in de serre. We richten ons daarbij op nieuwe sensoren die cruciaal zijn voor een data-gedreven en uiteindelijk autonome teelt met focus op betaalbaarheid, robuustheid en integratie in bestaande sensornetwerken. In eerste instantie focussen wij op tomaten, het belangrijkste vruchtgewas onder glas in de regio, een complexe teelt waarbij plantgerichte sensoren een hoge inzetbaarheid kennen en een significante toegevoegde waarde hebben. Hiermee draagt GREEN-SENSE bij aan de energie-efficiëntie en algemene duurzaamheid van de glastuinbouwsector in Vlaanderen en Nederland. De ontwikkelingen en demonstraties binnen GREEN-SENSE bevorderen het gebruik van geavanceerde technologie in de sector en stimuleren cross-sectorale innovatiecapaciteit binnen de regio.
Hoe realiseren we dit
Om deze doelstellingen te kunnen realiseren, focussen we op acht nieuwe sensortechnologieën, in verschillende TRL-niveaus, die verder zullen ontwikkeld worden in WP3: (1) een bewegingssensor die plantstress kan detecteren, (2) een bladstructuursensor voor detectie van veranderingen in bladmicrostructuur en pigmentconcentraties, (3) een sapstroomsensor voor detectie van afwijkingen van het watertransport (verdamping, wateropname), (4) een watergehaltesensor voor het meten van veranderingen in permittiviteit (watergehalte) van de stengel voor detectie van o.a. droogtestress, (5) een schimmelsporensensor voor detectie van de sporendruk, (6) ) een sensorprotocol voor lichtonderschepping om de bladplukstrategie te bepalen (fotosynthese en verdamping), (7) een sensoropstelling voor kopdikte ter indicatie van de gewasbalans en (8) een sensorprotocol voor de detectie van bladstatus en inhoudstoffen als indicatie van de assimilatenstatus. De meeste van deze sensoren zijn momenteel niet aanwezig in de serre, maar wel cruciaal om de tomatenteelt verder te optimaliseren. Voor enkele sensoren (bv sapstroom) zijn momenteel commerciële varianten beschikbaar, maar deze zijn vaak te duur, niet nauwkeurig genoeg, te moeilijk interpreteerbaar of niet integreerbaar in bestaande netwerken. Toevoeging van deze acht sensoren aan het sensornetwerk zal bijdragen tot een meer energie-efficiënte teelt, waar nauwkeuriger kan ingespeeld worden op de noden van de plant en tijdig kan bijgestuurd worden in geval van suboptimale groei of stress. Hierdoor zal de productie-efficiëntie verhogen, wat ook een economische meerwaarde kan betekenen voor telers.
Na ontwikkeling in het labo, zullen de sensoren getest worden in de semi-commerciële serres van Harvestis site Hoogstraten en Delphy op praktisch gebruik en onder verschillende condities. Omdat de verschillende sensoren bij het begin van het project ook verschillende TRL-niveaus hebben, kunnen we al vanaf het begin van het project starten met serreproeven. De sensordata die we in deze tests verzamelen, worden aangevuld met (handmatige) metingen over de gewasstatus, en zullen in een latere fase van het project gebruikt worden om teeltadviezen op te stellen, zodat telers weten welke actie ze moeten ondernemen bij de verkregen sensorwaarden. Daarnaast zullen de sensoren geïntegreerd worden in het bestaande, commerciële sensornetwerk. Tot slot zullen de sensoren gevalideerd en gedemonstreerd worden, zodat de verschillende doelgroepen hiermee aan de slag kunnen. Ook willen we een eerste vertaalslag maken naar andere teelten, zoals sla, komkommer, witloof en chrysant, om te bepalen wat de meerwaarde van de nieuwe sensoren kan zijn in deze teelten en of er een vervolgtraject nodig is voor verdere teeltspecifieke optimalisatie. Het project wordt afgesloten met het opstellen van een roadmap waarin we bepalen hoe de nieuwe sensoren kunnen bijdragen aan een autonome teelt en welke extra stappen nog ontbreken.