Terug naar overzicht
Nieuws

De vijf schakels van een lokale bouwketen

Hoe bouw je in Vlaanderen en Nederland een bouwketen uit voor hakhout, stro en riet? Zo'n 50 mensen ontdekten het antwoord op de tweede studiedag van CASCO op The Green Village.

CASCO Carbon Sink Construction | 30/09/2026

Studiedag The Green Village 5

 

Hoe bouw je in Vlaanderen en Nederland een bouwketen uit voor hakhout, stro en riet? Op 17 september ontdekten zo’n 50 mensen het antwoord op deze vraag op The Green Village in Delft, het fieldlab voor duurzame innovaties en technieken. Daar stelden de projectpartners van CASCO een methodiek voor om de lokale ketens voor natuurlijke bouwmaterialen in kaart te brengen en op te bouwen.

Een keten opbouwen voor lokale en natuurlijke bouwmaterialen is minder vanzelfsprekend dan het klinkt. Er ligt stro op de akker, er groeit hout in het bos en er tieren riethalmen in de oevers. Wat ontbreekt, zijn de schakels. Wie oogst? Wie perst? Wie vervoert? Wie verwerkt? Wie bouwt? En wie zorgt dat al die schakels mooi op elkaar aansluiten? Onze studiedag op The Green Village gaf concrete antwoorden om de bouwketens voor stro, hakhout en riet in België en Nederland op te bouwen.

Blinde vlekken

Een brede oproep naar bedrijven en organisaties die actief zijn in natuurlijke grondstoffen en bouwmaterialen: dat vormde het startschot om de methodiek op te bouwen. “De brede vragen bleken al snel een struikelblok”, vertelt Sissy Verspeeck van de Nederlandse projectpartner Agrodome. “Slechts 23 respondenten beantwoordden onze open oproep. Daardoor bleven de concrete antwoorden uit.” Ondanks een beperkte respons verzamelden de projectpartners voldoende gegevens om per materiaal een kruistabel samen te stellen. “In deze matrix verzamelden we de ketenspelers zoals landbeheerder, akkerbouwer of loonwerker tegenover processtappen zoals beheren, telen, oogsten en verwerken. Het voordeel is dat onze vragen gerichter werden en dat de blinde vlekken per processtap zichtbaar werden.”

Uit de brede oproep en de kruistabel volgde een knelpuntanalyse met concrete knelpunten per natuurlijk materiaal. “Over de drie materialen heen doken verschillende problemen opnieuw op”, verduidelijkt Sissy. “Je kan denken aan het gebrek aan wetenschappelijke data over de materiaaleigenschappen, een wisselende beschikbaarheid aan reststromen die vragen om lokale ketens in plaats van industriële schaal en de nood aan een ketenregisseur die de keten toegankelijk maakt voor architecten en aannemers.”

Voor de natuurlijke materialen die binnen CASCO worden onderzocht, definieerden de projectpartners een aantal concrete knelpunten:

  • Strobalen: geen standaard persmethode of balenformaat, onduidelijke beschikbaarheid, sterk schommelende prijzen zonder marktreferentie, en ontwerp- en uitvoeringskennis die bij bouwers vaak ontbreekt.
  • Riet: een onbekend rietareaal zonder overzicht van beschikbaarheid, geen geschikte oogstmachines in Vlaanderen, en rietmatten die niet gecertificeerd zijn als isolatiemateriaal.
  • Hout: geen officiële sterkteklasse voor lokaal hout zoals populier, kromme stammen die constructiehout bemoeilijken, en een prijs die hoger ligt dan Scandinavisch vuren of grenen.

Van grondstof tot end-of-life

Uit de matrix en de knelpunten destilleerden de projectpartners van CASCO een standaard voor de modelketen. Vijf schakels per materiaal, van grondstof tot het einde van de levensduur:

  1. Biobased product als grondstof
  2. Biobased product als materiaal
  3. Biobased product als product
  4. Biobased product toegepast
  5. End-of-life

Deze modelketen is lineair opgebouwd: iedere schakel beschrijft wat er nodig is om naar de volgende stap te gaan. “Maar natuurlijke materialen zijn wel circulair in hun end-of-life”, merkt Sissy op. “In tegenstelling tot conventionele bouwmaterialen kunnen stro, hakhout en riet gewoon terug naar het land van de boer als organische stof.” Per schakel werkten de projectpartners drie vaste vragen uit: wat is de input (alles wat er nodig is om die stap uit te voeren), wat is de output (wat moet er uitkomen om naar de volgende schakel te gaan) en welke risico’s en kanttekeningen spelen er.

Studiedag The Green Village 1
Studiedag The Green Village 4
Studiedag The Green Village 3

Schakel per schakel

Op de studiedag werd de modelketen voorgesteld voor stro.

Schakel 1: Grondstof. Het perceel, de rasselectie en zaaiperiode, de bemesting en het teeltbeheer bepalen de kwaliteit van het graan. De weersomstandigheden, de persmachine, de baalmaat en het bindmateriaal bepalen de fysieke eigenschappen van het stro. Tot slot bepalen het teeltplan en de langetermijnafspraken de toepassingsmogelijkheden. Een belangrijk knelpunt in deze schakel is de markttrend naar kortere halmen: die zijn niet geschikt voor strobalenbouw, waardoor lange-halmvariëteiten een vast onderdeel van het teeltplan moeten worden. Ook stropersen en schuddermachines zijn schaars en verouderd. Biologische teelt komt voorlopig amper voor in Vlaanderen en Nederland.

Schakel 2: Materiaal. In deze schakel komen de transporteur, de opslagbeheerder, de ketenregisseur, de verwerkers en de bouwers in beeld. De ketenregisseur onderhandelt in deze schakel het langetermijncontract voor de opslag en de levering. Weersomstandigheden, stapeling en transportlogistiek bepalen de transportafstanden, LCA-data en het vochtgehalte bij aankomst. De traceerbaarheid van het materiaal en de herkomstdocumentatie vormen de basis voor het kwaliteitscertificaat bij de levering. Een belangrijk knelpunt in deze schakel is het gebrek aan georganiseerde markt voor bouwstro in Vlaanderen en Nederland. Ook de opslagcondities zijn momenteel een uitdaging. Het seizoensgebonden aanbod vraagt om een grote, deels leegstaande opslagcapaciteit.

Schakel 3: Product. Verwerkers en producenten kiezen in deze schakel de verwerkingsmethode, certificeringsinstanties leveren de nodige certificaten, testinstituten bepalen de normen voor de persdichtheid en brandklasse, en verzekeraars bepalen de acceptatie op basis van de certificaties. De persdichteid, de vorm van de strobaal en de halmlengte bepalen samen de verwerkingsmethodes. De traceerbaarheid en de herkomstdocumentatie leiden op hun beurt tot de EPD die het product markttoegankelijk maken. Momenteel ontbreekt in de Benelux de data om een EPD op te maken voor bouwstro.

Schakel 4: Toepassing. In deze schakel dragen de aannemer, de architect en de opdrachtgever de verantwoordelijkheden. De aannemer verwerkt het product en bewaakt een goede bouwpraktijk op de werf. De verantwoordelijkheid voor een goede detaillering en een dampopen afwerking wordt door de architect gedragen. De opdrachtgever vraagt op zijn beurt het as-built en het demontageplan op. Bij de toepassing van natuurlijke bouwmaterialen vormen vocht- en condensatieproblemen door een slechte detaillering het grootste risico. Daarnaast blijven hardnekkige vooroordelen over natuurlijke materialen bij bouwers en opdrachtgevers over brand, ongedierte en vocht bestaan.

Schakel 5: End-of-life. In deze laatste schakel zijn de sloper, de gebouweigenaar en de compostverwerker of landbouwer nodig. De sloper voert het demontageplan uit, de gebouweigenaar beheert het materialenpaspoort en de compostverwerker neemt de natuurlijke reststof af. Het demontageplan en het materialenpaspoort bepalen welk demonteerplan mogelijk is en wat de haalbare route is. Een aantal knelpunten in deze schakel zijn de moeilijkheid om bepaalde materiaalstromen van elkaar te scheiden (zo kleeft leempleister vast aan stro) en dat de afvalstroom voor natuurlijke materialen niet georganiseerd is op de werf.

Studiedag The Green Village 2

Digital product passport

“Deze modelketen blijft niet bij een schema van vijf schakels”, gaat Sissy verder. “Binnen CASCO werken we voor ieder bouwmateriaal vier concrete documenten uit. Allereerst de modelketen dat als een encyclopedie functioneert. In dit uitgebreide document wordt iedere schakel volledig uitgelegd zodat je informatie over één schakel apart kan opzoeken. Een tweede document is de productfiche of het digital product passport. In deze strikt technische fiche worden alle waarden, parameters en prestaties van het product opgenomen. Een puur technisch document zonder procescontext. We werken ook een handleiding uit: een praktische gids met basisrichtlijnen die uitleggen hoe je met een bouwproduct moet omgaan doorheen de verschillende schakels."

Tot slot wordt voor iedere bouwwerf die binnen CASCO wordt opgevolgd een bouwlogboek uitgewerkt: een combinatie van werf- en testlogboek waarin de keuzes, principes, context en ketenregie van een project worden gedocumenteerd. Samen met de modelketen, het digital product passport en de handleiding vormt dit logboek een antwoord op de knelpunten die uit de sectorbrede bevraging naar voren kwamen. Zo kunnen verschillende losse initiatieven samengekoppeld worden om lokale ketens voor stro, hakhout, riet en andere natuurlijke materialen uit te bouwen.

Deel deze pagina

Blijf je graag op de hoogte?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!