Terug naar overzicht
Nieuws

Europa zet stappen richting geautomatiseerde mobiliteit

Op dinsdag 24 februari ging het project CCAM Proving Region officieel van start tijdens een kick-off event op Corda Campus, Hasselt. Het evenement bracht ondernemers, onderzoekers en mobiliteitsexperts samen. Allemaal hebben ze hetzelfde ambitieuze doel: geautomatiseerde voertuigen veilig en succesvol op de Europese wegen krijgen. Verslag door Brian Pattikawa, IVY Reporter.

Interreg | 01/04/2026

Afbeelding1

Waar staat Europa vandaag?

Europa probeert momenteel een plaats te vinden in de snel evoluerende wereld van geautomatiseerde mobiliteit. Tijdens het event schetsten Joost Vantomme en Kristof Rombout van ERTICO, een organisatie voor innovatie van slimme mobiliteit in Europa, de huidige situatie. Hun boodschap was duidelijk: er rijden vandaag bijna geen voertuigen op Europese software. We zijn sterk afhankelijk van technologiepartners uit andere delen van de wereld.

Om die achterstand in te halen, lanceerde de Europese Commissie het ‘Europese kompas voor concurrentievermogen’: een roadmap om het economische en innovatieve dynamisme van Europa te versterken. Het kompas bouwt voort op de analyse van het Draghi-verslag over de toekomst van het Europese concurrentievermogen.[1] Daarin worden drie vereisten vastgesteld waaraan moet worden voldaan om tot het doel te

komen: de innovatiekloof dichten, economie koolstofvrij maken en de afhankelijkheid verminderen.[2] De ambitie binnen de mobiliteitsindustrie is groot: tegen 2027 zouden er al geautomatiseerde voertuigen in Europese straten moeten rijden.

Er lopen ondertussen verschillende proefprojecten in Europa. Zo werkt De Lijn samen met het technologiebedrijf WeRide, gespecialiseerd in autonoom rijden en met het hoofdkantoor in Guangzhou, China. In Leuven rijden hun automatische bussen momenteel al rond op een vast traject als onderdeel van een testfase die ook toegankelijk is voor het publiek. Die samenwerking kan echter dubbel worden geïnterpreteerd. Enerzijds toont ze de vooruitgang in de ontwikkeling van geautomatiseerde mobiliteit, maar anderzijds wringt ze met Europa’s ambitie om technologisch onafhankelijker te worden.

Na een interessant gesprek met Sergio Fernandes, hoofd van CCAM Association, werd duidelijk dat de huidige realiteit in Europa complexer is. Er is nog relatief weinig kennis en infrastructuur rond deze technologie aanwezig. Daardoor blijft Europa voorlopig afhankelijk van partners uit andere delen van de wereld, zoals WeRide. Het is dus een klassiek dubbelzijdig zwaard: internationale samenwerking maakt snelle innovatie mogelijk, maar benadrukt tegelijk de noodzaak voor Europa om zelf sterker te worden in deze technologie.

Semi-open en publieke straattesten, zoals die in Leuven, worden steeds vaker besproken. Het publieke debat toont echter ook bezorgdheid, want veiligheid blijft een gevoelig punt. Het is duidelijk dat technologische vooruitgang alleen niet volstaat. Vertrouwen opbouwen bij het publiek is minstens even belangrijk als de technologische ontwikkeling zelf. Daarom zijn niet alleen technologische innovaties van belang, maar ook initiatieven die deze ontwikkelingen zichtbaar en begrijpelijk maken voor het brede publiek. Projecten zoals CCAM Proving Region en initiatieven van De Lijn spelen hierin een belangrijke rol omdat ze de vooruitgang en veiligheid van geautomatiseerde voertuigen concreet kunnen tonen aan burgers.

[1] Kompas voor concurrentievermogen, Europese Commissie, https://commission.europa.eu/topics/competitiveness/competitiveness-compass_nl
[2] The Draghi report on EU competitiveness, Europese Commissie, https://commission.europa.eu/topics/competitiveness/draghi-report_en?prefLang=nl

Afbeelding3

Wat is CCAM Proving Region?

Het project ‘CCAM Proving Region’ (CPR) past binnen het bredere Europese kader rond geautomatiseerde voertuigen. De ambitie? Een slimme technologiehub uitbouwen in de grensregio waar innovatie, testen en samenwerking centraal staan. Sven Vlassenroot, senior expert bij projectpartner imec, lichtte de concrete doelstellingen van het project toe: een grensoverschrijdende testregio uitbouwen, ondersteuning bieden aan testpartners, testen uitvoeren op circuits, kennis delen en expertise verspreiden en uiteindelijk uitgroeien tot een excellence center voor geautomatiseerde mobiliteit

Met andere woorden: CPR wil de plek worden waar innovatie rond geautomatiseerde mobiliteit samenkomt.

Een medewerker van het Europese mobiliteitsbedrijf Bolt merkte op dat het woord testen opvallend vaak terugkwam tijdens de presentaties van CPR. Dat leidde tot een belangrijke vraag: wat zullen uiteindelijk de concrete businessresultaten van het project zijn? Blijft CPR vooral een wetenschappelijk testproject of zal het uiteindelijk ook leiden tot geautomatiseerde voertuigen die effectief klaar zijn voor gebruik op de markt? Ook een vertegenwoordiger van het technologiebedrijf Philips sloot zich bij die bezorgdheid aan. Volgens hem ligt de nadruk momenteel sterk op innovatie en digitalisatie. Voor bedrijven zoals Bolt en Philips zijn uitgebreide testprojecten minder interessant als daar geen duidelijke commerciële plannen of businessmogelijkheden voor de nabije toekomst tegenover staan.

De verantwoordelijken van CPR benadrukten dat het project in de eerste plaats bedoeld is om de nodige kennis en data te verzamelen om de sector vooruit te helpen. Autoriteiten willen namelijk duidelijke en betrouwbare testresultaten zien voordat geautomatiseerde voertuigen op grote schaal op de openbare weg mogen rijden. De rol van CPR is daarom om die cruciale tussenstap te zetten: technologie testen, resultaten verzamelen en aantonen dat de systemen veilig en betrouwbaar werken. Pas daarna kunnen concrete gesprekken volgen over commerciële toepassingen en grootschalige implementatie.

Enkele aanwezigen uit de stad Leuven brachten echter een ander perspectief naar voren. Volgens hen is de technologie in veel gevallen al klaar voor gebruik. Wat momenteel ontbreekt, is een duidelijke en gecoördineerde implementatie op Europees niveau. Voor een effectieve uitrol van geautomatiseerde voertuigen in Europa zijn namelijk minstens acht nationale instanties nodig die samen regelgeving en goedkeuring moeten afstemmen. CPR focust zich echter specifiek op de grensregio, maar het team benadrukt dat de ambitie veel breder is. Het doel is wel degelijk om op termijn zoveel mogelijk partners, bedrijven en adviesraden uit heel Europa te betrekken.

Op de vraag wat de kernmissie van CPR precies is, kwam uiteindelijk een duidelijk antwoord: het uitbouwen van een excellence center voor geautomatiseerde mobiliteit.

Vanuit de grensregio wil CPR uitgroeien tot een echte ‘one-stop shop’ waar bedrijven en organisaties uit heel Europa terechtkunnen om stappen te zetten richting de implementatie van geautomatiseerde voertuigen op Europese wegen. Samenwerking is daarbij essentieel. In het verleden waren landen vaak terughoudend om plannen of vooruitgang te delen uit angst voor kritiek of concurrentie. CPR wil die drempel verlagen door een meer gestructureerde en harmonieuze samenwerking tussen verschillende partners en landen te stimuleren.

Afbeelding2

Take Home Messages

Hoewel de mobiliteit van morgen dichterbij lijkt dan we soms denken, blijven er nog heel wat onzekerheden bestaan. Niet alleen bij ondernemers, maar ook bij nationale autoriteiten en burgers zelf. Voor de ingenieurs en onderzoekers die aan deze projecten werken, lijkt de technologie vaak al veilig en betrouwbaar. Toch zijn er nog veel stappen nodig om ook Europa daarvan te overtuigen. Testen, data verzamelen en transparantie blijven essentieel voordat geautomatiseerde voertuigen breed geaccepteerd worden.

De huidige realiteit in Europa blijft dat er nog relatief weinig kennis en infrastructuur rond deze technologie aanwezig is. CPR wil daar verandering in brengen. De ambitie is om uit te groeien tot een Europees centrum voor technologie rond autonoom rijden met als doel geautomatiseerde voertuigen veilig en succesvol op Europese wegen te krijgen. CPR wil de nodige stappen zetten om deze technologie van experiment naar realiteit te brengen.

Aan het einde van het event gaf een vertegenwoordiger van de Vlaamse Overheid nog een interessant inzicht. Volgens hem zijn initiatieven zoals CPR ook achter de schermen van groot belang voor beleidsmakers. Projecten die concrete testresultaten opleveren geven overheden namelijk de nodige argumenten – of, zoals hij het zelf verwoordde, “de nodige munitie” – om nieuwe regelgeving rond geautomatiseerde voertuigen te ontwikkelen. Hoewel het vandaag soms nog aanvoelt als kleine, voorzichtige stappen, vormen dit soort projecten wel degelijk de basis voor de mobiliteit van morgen.

Een veelbelovende start

Het kick-off event verliep vlot en volgens planning, wat misschien wel een goed voorteken is. Als alles volgens plan verloopt, kunnen initiatieven zoals CCAM Proving Region een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van geautomatiseerde mobiliteit in Europa.

Conclusie: hoewel het vandaag nog om kleine stappen gaat, lijkt de richting duidelijk. De Europese mobiliteit van morgen wordt nu gebouwd. Wie weet zie je binnenkort al een automatisch voertuig door je straat rijden.

Deel deze pagina

Blijf je graag op de hoogte?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!