Terug naar overzicht
Nieuws

Opschalen zonder concessies: La Vie Est Belle investeert in de vleesvervanger van de toekomst

Al meer dan dertig jaar maakt het West-Vlaamse La Vie Est Belle biologische producten die mensen stimuleren vaker plantaardig te eten. Nu staat het bedrijf voor een nieuwe uitdaging: de ontwikkeling van de volgende generatie vleesvervangers én die op grotere schaal betaalbaar en aantrekkelijk maken voor de markt. Dankzij Food Pioneers Accelerator zet La Vie Est Belle daarin een belangrijke stap.

Food Pioneers Accelerator | 03/09/2026

La Vie Est Belle 1

 

In 1981 trokken Katrien Steeman en haar man Stefaan Deraeve, kersverse verpleegkundigen, naar Rwanda voor ontwikkelingswerk. Daar ontdekten ze dat plantaardige voeding hier een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven is. Zonder koelkasten en met beperkte middelen wordt er veel gekookt met groenten, peulvruchten en andere lokale ingrediënten.

Ze startten er een moestuin. Maar ook in hun hoofden was een zaadje geplant. Lieven Deraeve, eindverantwoordelijk voor productie, R&D en sales en zoon van Katrien en Stefaan: “Gevarieerd en plantaardig eten was veel lekkerder dan ze zelf dachten. Én heel voedzaam. Bij terugkomst in België zijn mijn ouders aan de slag gegaan met de kennis die ze door noodzaak hadden opgedaan. Vanuit die overtuiging richtten zij in 1992 La Vie Est Belle op; het bedrijf spitst zich exclusief toe op vegetarisch en biologisch eten. Dubbel niche. Het inzicht dat meer variatie goed is voor zowel mens als landbouw vormt nog altijd de basis van het merk.”

Ook de naam van het bedrijf verwijst naar die oorsprong: ‘La Vie Est Belle’ – Frans voor het leven is mooi – was de titel van een film over het leven in Afrika die verscheen rond de oprichting van het bedrijf. Voor Lievens ouders verwoordde die naam precies waar zij voor stonden: met een positieve blik naar de wereld kijken, genieten van goed eten en laten zien dat een gevarieerd, plantaardig voedingspatroon niet draait om beperkingen, maar juist om mogelijkheden.

Lieven stapte zelf in 2004 in het familiebedrijf. “Ik weet nog dat ik als jongetje ajuinen moest pellen. Dan kreeg ik één franc per gepelde ajuin. Of ik plakte etiketten op doosjes. Er was altijd wel wat te doen, ik kreeg het met de paplepel ingegoten. Maar: net als veel pubers wilde ik absoluut iets anders doen dan mijn ouders. Waar mijn passie precies lag, wist ik nog niet. Ik heb van alles uitgeprobeerd, veel gekookt, van de wereld gezien en kennis opgedaan. Uiteindelijk leidde het toch allemaal tot La Vie Est Belle.”

Van burgers naar een breed assortiment

In 2010 verhuisde La Vie Est Belle naar de huidige locatie in Oostkamp; het bedrijf was haar vorige pand ontgroeid. Toen volgde ook de eerste grote opschalingsstap. Het bedrijf ging naast het eigen merk produceren voor private labels en bouwde haar assortiment verder uit. “De eerste producten ontstonden bijna toevallig”, vertelt Lieven. “Een lokale, biologische desembakker vroeg of mijn ouders hem wilden helpen bij de ontwikkeling van vegetarische brochetten, loempia’s en rijstballetjes. Van het één kwam het ander.”

Nieuwe winkels sloten aan, er kwamen distributeurs bij en het assortiment groeide organisch. “Vroeger maakten we vooral vegetarische burgers”, zegt Lieven. “Maar we zagen al snel dat we relevanter moesten worden in meer eetmomenten. Een burger past prima in een klassieke warme avondmaaltijd, maar is verder beperkt toepasbaar.” Toen introduceerde La Vie Est Belle ook spreads, falafels en later ook plantaardige stukjes voor wokgerechten en maaltijden.

De zoektocht naar betere textuur

La Vie Est Belle ontwikkelde de afgelopen jaren verschillende producten met seitan, een eiwitrijke grondstof op basis van tarwegluten die al eeuwenlang wordt gebruikt in de Japanse keuken. Het product biedt volgens Lieven veel potentieel: het bevat relatief veel eiwitten, heeft een natuurlijke structuur en past goed binnen de filosofie van het bedrijf. Hij vertelt: “Wij geloven sterk in clean label-producten. Dit wil zeggen zonder kunstmatige aroma’s of additieven. Seitanproducten kunnen daar gemakkelijk aan voldoen. Consumenten verwachten daarnaast ook wel een bepaalde ‘bite’ en eetbeleving.” De huidige productiemethode van La Vie Est Belle levert een ideale textuur, maar hij is zeer arbeidsintensief, wat het lastig maakt om efficiënt op te schalen.

Volgens Lieven ligt er nog een belangrijke uitdaging voor de sector in het creëren van een eetbeleving. “Vegetarische voeding wordt vaak gekozen omdat het gezond is, beter voor het milieu of diervriendelijker. Maar het is nog zelden het product waar mensen naar uitkijken. Dat effect heeft het braadstuk dat mensen met kerst in de oven schuiven wel. Juist daarom blijft La Vie Est Belle investeren in textuur en gebruiksgemak, zonder in te binden op duurzaamheid. En uiteindelijk is smaak en textuur de belangrijkste reden om voor onze producten te kiezen.”

Precies daar komt het Food Pioneers Accelerator-project in beeld. Binnen FPA werkt La Vie Est Belle samen met het Nederlandse Dutch Structuring Technologies (DST), volgens Lieven ‘heer en meester’ als het op het structureren van plantaardige eiwitten aankomt. DST heeft precies de technologie en kennis om de seitan en andere plantaardige eiwitten efficiënter te verwerken én tegelijkertijd voor een betere structuur en ‘bite’ te zorgen. De partners testen binnen dit project verschillende ingrediënten, recepturen en machine-instellingen.

Samenwerking over de grens

Bestaande extrusietechnologieën zijn vaak te duur, te groot en te energie-intensief voor een bedrijf als La Vie Est Belle. Zonder de financiële ondersteuning van Food Pioneers Accelerator was het moeilijk geweest om de benodigde testen uit te voeren in samenwerking met DST.

“We willen weten of we dezelfde kwaliteit kunnen leveren als vandaag, maar dan met minder handwerk en tegen lagere kosten”, zegt Lieven. “Voor een groeiend bedrijf als het onze is zo’n ontwikkelingstraject niet vanzelfsprekend. Dankzij FPA kunnen we nu echt onderzoeken of dit technisch én economisch haalbaar is, zodat er een rendabele businesscase ontstaat voor verdere opschaling.”

DST beschikt over specialistische kennis van eiwitstructurering en machines waar La Vie Est Belle op kleinere schaal mee kan testen voordat grote investeringen nodig zijn. Daarnaast kennen DST én het FPA-netwerk markten en toepassingen waar La Vie Est Belle zelf nog minder zicht op heeft. Lieven: “Ik zie kansen om nu in contact te komen met andere bedrijven, afnemers en potentiële partners in Nederland. De samenwerking met DST en FPA levert dus veel meer op dan alleen toegang tot technologie.”

Juist dat grensoverstijgende karakter past volgens Lieven goed bij de uitdagingen van de voedseltransitie. “De winst zit echt in het combineren van verschillende expertises. Samen kom je sneller vooruit.”

Van haalbaarheidsstudie naar businesscase

Het project bevindt zich momenteel nog volop in de onderzoeksfase. Verschillende ingrediënten, recepturen en producteigenschappen worden getest. Uiteindelijk wil La Vie Est Belle een aantal veelbelovende prototypes ontwikkelen waarmee het bedrijf naar klanten kan stappen.

“Ons doel is om straks met concrete samples naar de markt te gaan”, zegt Lieven. “Dan kunnen we toetsen of klanten hier echt op zitten te wachten en of er voldoende potentieel is voor een businesscase. Als die businesscase positief uitvalt, kan de technologie de basis vormen voor een volgende groeifase van het bedrijf.”

Maar voor Lieven blijft daarbij één principe overeind staan. “Wat ik andere ondernemers altijd meegeef: blijf trouw aan je waarden. Dat is misschien niet altijd de snelste weg naar groei, maar uiteindelijk is het wel de meest duurzame. De basis waar mijn ouders in 1992 mee begonnen, wordt vandaag alleen maar relevanter.”

Deel deze pagina

Gerelateerd nieuws

Blijf je graag op de hoogte?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!