Terug naar overzicht
Nieuws

Wereldprimeur uit de grensregio: Gepersonaliseerd 3D-geprint heupimplantaat bereikt patiënt

Een paar maanden geleden vond een opmerkelijke doorbraak plaats in de medische wereld: het Interreg Vlaanderen-Nederland project ‘PRosPERoS-II’ haalde het nieuws met een wereldprimeur. In het Anna Ziekenhuis in Geldrop werd de eerste first-in-man trial gestart met een gepersonaliseerd 3D-geprint implantaat voor heupdysplasie. Hoewel dit technisch en complex klinkt, is het vooral belangrijk om te benadrukken dat deze ontwikkeling een wereldwijde primeur is. In dit artikel nemen we je mee achter de schermen van dit innovatieproces, op basis van interviews met twee projectpartners, Replasia en UMC Utrecht. We belichten hoe deze doorbraak tot stand kwam, waarom ze zo bijzonder is en wat dit betekent voor de toekomst van de medische zorg binnen de Europese Unie.

Door IVY reporter Brian Pattikawa 

Interreg | 24/06/2026

PP 1

PRosPERoS-II

PRosPERoS of Prosperos (PRinting PERsonalized orthopaedic implantS) is een grensoverschrijdend onderzoeksproject dat zich richt op de ontwikkeling van bioactieve botimplantaten en patiëntspecifieke orthesen (uitwendig gedragen hulpmiddelen). Wanneer gewrichten ernstig beschadigd zijn, bieden implantaten vaak de enige oplossing, terwijl bij jongere patiënten orthesen worden ingezet om afwijkingen aan gewrichten of de wervelkolom te corrigeren. Prosperos II (2023–2027) bouwt voort op Prosperos I (2016–2020) en focust op de ontwikkeling van duurzame, op maat gemaakte implantaten en hulpmiddelen die het genezings- en revalidatieproces versnellen en verbeteren.

De ambitie is om met deze innovatieve technologieën bij te dragen aan gezond ouder worden, zodat mensen ook op latere leeftijd actief en mobiel blijven. De eerste resultaten worden inmiddels zichtbaar, met de behandeling van de eerste patiënten via gepersonaliseerde heupimplantaten[1]. Op lange termijn wil het project zo niet alleen de levenskwaliteit verhogen, maar ook de vitaliteit in de grensregio versterken.

[1] Op het moment van het interview met UMC Utrecht waren inmiddels al twee patiënten behandeld met het gepersonaliseerde 3D-geprinte heupimplantaat. (8 april 2026)

Projectpartners Replasia & UMCU

Eén van de sleutelpartners in de ontwikkeling van deze first-in-man trial is Replasia, dat optreedt als ontwikkelings- en onderzoekspartner voor het gepersonaliseerde 3D-geprinte heupimplantaat. Het bedrijf specialiseert zich in op maat gemaakte orthopedische implantaten voor heup en schouder en werkt daarbij nauw samen met onder meer UZ Leuven, KU Leuven en UMC Utrecht. Voor dit artikel werden algemeen directeur Peter Mercelis en technisch directeur Tim Van Cleynenbreugel geïnterviewd om hun inzichten in het project toe te lichten.

Het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) lag bovendien aan de basis van het onderzoekstraject, dat begon binnen Prosperos I als onderdeel van een grootschalig, door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek gefinancierd (NWO-) project. Daar werd initieel gewerkt aan een oplossing voor heupdysplasie, een aandoening waarbij de heupkom onvoldoende ontwikkeld is en de heup instabiel wordt. De eerste testen gebeurden - in samenwerking met diergeneeskunde bij honden - waarna het onderzoek geleidelijk evolueerde naar de huidige toepassing bij de eerste patiënten. Onder leiding van onder meer prof. Harrie Weinans, gespecialiseerd in osteoarthritis[1] onderzoek, en biomedisch ingenieur Joëll Magré, één van de pioniers van het project die het onderwerp promoveert, groeide dit uit tot de eerste klinische toepassing van een gepersonaliseerd heupimplantaat

[1] Osteoartritis (of artrose) is een chronische gewrichtsaandoening waarbij het kraakbeen geleidelijk afbreekt en dunner wordt, wat leidt tot pijn, stijfheid en verminderde beweeglijkheid van het gewricht.

Prosperos

Van ontwikkeling tot resultaat

Wat houdt de first-in-man trial met een gepersonaliseerd 3D-geprint implantaat voor heupdysplasie precies in? Een dergelijk implantaat werd voor de allereerste keer getest bij patiënten met heupdysplasie. In tegenstelling tot klassieke protheses[1] vervangt dit implantaat het gewricht niet, maar wordt het aan de buitenzijde van het heupgewricht geplaatst. Het ondersteunt en stabiliseert de heup door de krachten beter te verdelen, waardoor de natuurlijke gewrichtsstructuur zoveel mogelijk behouden blijft.

[1] implantaten

Een heel belangrijk aspect is dat wij het heupgewricht zelf eigenlijk niet aanraken. Wat er belangrijk aan is, is dat dat implantaat volledig buiten het heupgewricht komt te staan en dus eigenlijk niet interfereert met het oorspronkelijke gewricht. Stel dat op termijn een andere behandeling moet gebeuren en de patiënt toch een totale heupprothese moet krijgen, dan liggen alle behandelingsopties nog open.

Tim Van Cleynenbreugel
Replasia

Eerste klinische testen

De eerste klinische testen richten zich op jongvolwassenen met heupdysplasie, aangezien deze aandoening vaak al op jonge leeftijd klachten veroorzaakt. Een tijdige behandeling is cruciaal, omdat ingrijpen moet gebeuren vóór het ontstaan van artrose. Door patiënten in een vroeg stadium te behandelen met gepersonaliseerde implantaten, kan de nood aan een vroege heupprothese worden uitgesteld of zelfs vermeden. Binnen Prosperos II past deze aanpak in de bredere ambitie om de toekomstige oudere bevolking gezonder en mobieler te houden, door al op jongere leeftijd preventief in te grijpen bij gewrichtsproblemen.

Hoewel deze doorbraak indrukwekkend is, ging er een lang en complex traject aan vooraf. Het idee voor deze implantaten ontstond al elf jaar geleden in 2015 bij UMC Utrecht, waar het onderzoek binnen Prosperos I eerder uitsluitend op menselijke toepassingen gericht was. Al snel bleek echter dat preklinisch onderzoek bij dieren noodzakelijk was, waardoor in samenwerking met het departement diergeneeskunde in UMCU eerst succesvolle testen bij honden met heupdysplasie werden uitgevoerd.

Op basis van deze resultaten volgden uitgebreide kadaverstudies en verdere ontwikkeling richting een humaan implantaat, wat uiteindelijk leidde tot de huidige eerste klinische testen bij patiënten. Hoewel Prosperos II zich primair richtte op toepassingen bij mensen, blijft het veterinair onderzoek doorlopen, mede dankzij de sterke samenwerking tussen beide domeinen, met als resultaat dat het implantaat in de diergeneeskunde vandaag al commercieel beschikbaar is.

Ik denk dat het wel een beetje eenrichtingsverkeer is. Wij leren meer van hun (departement diergeneeskunde UMCU), dan zij van ons. Ik wil niet helemaal zeggen dat het helemaal zo zwart-wit is. Zij leren ook wel iets van wat wij bij mensen doen. Als het alleen maar voor honden was geweest, dan waren wij er niet zo fanatiek opgesprongen. En dan was het hele project niet op gang gekomen voor honden. Dus het is heel vanuit de mens gedreven. Maar ja, omdat het zo handig is, doen we het nu samen.

Prof. Harrie Weinans
UMCU

Ze waren geen proefdieren, zal ik zeggen, maar patiënten. Dus eigenaars die honden hadden met heupproblemen, die bleken heupdysplasie te hebben. En die zijn dan behandeld en dan zagen ze dat die honden het echt opmerkelijk beter deden na de behandeling.

Tim Van Cleynenbreugel
Replasia

Support binnen Europa

Deze realisatie is des te indrukwekkender omdat het gaat om een wereldprimeur uit onze grensregio. Tegelijk wijzen de projectpartners erop dat zulke innovaties binnen Europa nog steeds op heel wat obstakels botsen, zowel tijdens de ontwikkeling als bij de overgang naar klinische toepassing. Joëll Magré, die ook actief is binnen de beroepsvereniging rond het projectdomein, gaf meer inzicht in de uitdagingen achter de schermen en benadrukte dat deze doorbraak tot stand kwam ondanks complexe regelgeving en beperkte ondersteuning.

Volgens de betrokken onderzoekers is de Europese regelgeving rond medische hulpmiddelen de voorbije jaren aanzienlijk strenger geworden. Hoewel veiligheid uiteraard centraal staat, heeft die verstrenging volgens hen ook een keerzijde: innovatie vertraagt en sommige patiëntbehandelingen komen onder druk te staan. Zo kiezen bepaalde internationale bedrijven ervoor om oudere protheses niet langer MDR-gecertificeerd[1] te houden, waardoor noodzakelijke implantaten of onderdelen steeds moeilijker beschikbaar worden voor patiënten die revisiebehandelingen nodig hebben.

[1] EU Medical Device Regulation, een certificaat noodzakelijk voor de verkoop van medische toestellen

De Europese wetgeving (MDR)) is strikt. De strengste wetgeving ter wereld op dit moment. Enerzijds nodig door misstanden in het verleden, anderzijds werkt het ook als een rem op innovatie. Ik verwacht dat het weer even zal duren voor grote innovaties hun marktintrede zullen doen

Joëll Magré
UMCU

 

Naast regelgeving vormt ook financiering een grote uitdaging. De ontwikkeling van innovatieve implantaten vraagt aanzienlijke investeringen, terwijl steun voor klinisch onderzoek vaak moeilijk te verkrijgen is. Uit de ervaringen van Prof. Harrie Weinans en Joëll Magré blijkt dat onderzoeksprojecten doorgaans makkelijker subsidies ontvangen naarmate ze verder van de klinische praktijk afstaan. Zodra een project evolueert richting een concrete toepassing of commercialisering, verwachten beleidsmakers vaker dat bedrijven of private investeerders het traject overnemen. Net in die fase stijgen de kosten echter sterk, waardoor onderzoekers steeds afhankelijker worden van externe financiering.

Bij de veterinair ontwikkelde heupdysplasie-implantaten is die stap naar commercialisatie bijvoorbeeld al gezet. Het Duitse bedrijf Rita Leibinger[1] verwierf de intellectuele eigendomsrechten van de UMC Utrecht en bracht het implantaat verder naar de markt als commercieel product. Hoewel het bedrijf geen partner was binnen Prosperos I, toont dit traject wel aan hoe externe bedrijven een cruciale rol kunnen spelen in het effectief commercialiseren van klinisch onderzocht onderzoek.

Hoewel de Prosperos-subsidie ondersteuning biedt tot in de klinische fase, volstaat dit niet om zulke complexe en langdurige trajecten volledig te dragen. Voor een succesvolle marktintroductie blijft samenwerking met externe bedrijven en bijkomende financiering noodzakelijk. Daardoor ontstaat vaak ook de nood aan opeenvolgende projectfasen, zoals Prosperos I, Prosperos II en mogelijk een toekomstig Prosperos III, om de ontwikkeling stap voor stap verder te zetten richting brede toepassing.

[1] Rita Leibinger | Veterinary Orthopedic Implants & CE Courses

Er zijn enorme bergen aan subsidies in Europa. De EU heeft heel veel loketten waar je aan kunt kloppen voor subsidies. Hoe verder het weg is van de kliniek, hoe verder het weg is van de toepassing, hoe esoterischer het is, hoe gemakkelijker je er hulp voor kunt krijgen. Ik exagereer een beetje maar van zodra je dicht bij de kliniek komt, en als je denkt een patent te kunnen aanvragen, of nu kan ik een toepassing maken, dan blijven er heel weinig loketjes erover waar je nog geld kunt krijgen.”

Prof. Harrie Weinans
UMCU

 

Binnen Europa bestaan er wel enkele programma’s die hierin ondersteuning proberen te bieden. Een belangrijk voorbeeld is Interreg, dat grensoverschrijdende samenwerking stimuleert rond onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie. Binnen het huidige Interreg VI-programma (2021–2027)[1] ligt de nadruk sterk op het vertalen van technologische innovatie naar concrete maatschappelijke meerwaarde voor de bewoners van de grensregio. Daarbij wordt specifiek ingezet op marktgerichte samenwerking, de ontwikkeling van nieuwe producten, processen en toepassingen, en het versterken van onderzoeks- en innovatiecapaciteit.

Voor projecten zoals Prosperos kan Interreg dus een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van de verdere ontwikkeling en mogelijke vermarkting van innovatieve medische toepassingen. Tegelijk benadrukken de projectpartners dat dergelijke subsidies alleen niet volstaan. Ook andere ondersteuningsmechanismen blijven noodzakelijk, zoals de steun van VLAIO, dat Replasia mee ondersteunde bij de ontwikkeling van het implantaat en de klinische studie.

[1] Publieksversie-IP-Interreg-Vlaanderen-Nederland.pdf

De Prosperos-subsidie vanuit Interreg zit er een heel klein beetje tussenin en gelukkig loopt die ook nog een klein beetje mee richting de kliniek. Maar als je daar klinische trial wilt doen, dan is het toch best wel moeilijk om dat eronder te schuiven.

Prof. Harrie Weinans
UMCU

 

Opvallend is dat al in het slotboek van Prosperos I werd benadrukt dat het uiteindelijke doel van het project steeds dezelfde gebleven is: wetenschappelijke kennis succesvol verbinden met de markt[1]. Na afloop van de eerste projectfase werd dan ook actief gewerkt aan een vervolgtraject via Prosperos II, met een sterkere focus op klinische translatie. Nu Prosperos II zijn laatste projectjaar nadert, rijst opnieuw de vraag hoe zulke innovaties verder ondersteund kunnen worden richting effectieve marktintroductie. Interreg toont duidelijk aan dat grensoverschrijdende samenwerking en innovatie binnen Europa mogelijk zijn en ondersteund worden. Toch blijft de uitdaging groot om baanbrekende medische innovaties niet alleen te ontwikkelen, maar ook duurzaam naar de patiënt en de markt te brengen. Daarvoor lijkt op langere termijn bijkomende ondersteuning vanuit Europa noodzakelijk.

Het project zet wel sterk in op internationale samenwerking, zowel binnen als buiten Europa. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de ISHA Hip Preservation Society[2], een specifiek congres gericht op de heuporthopedie, maar dan ook nog eens specifiek op de heupsparende orthopedie. Een jaar geleden vond het congres plaats in Fukuoka, Japan, waar ook Replasia aan deelnam. Tijdens dit internationale evenement, met zo’n zeshonderd artsen van over de hele wereld, kreeg Replasia veel positieve feedback op zijn innovatieve en unieke ontwikkelingen. Dit jaar vindt de 18de jaarlijkse bijeenkomst van de ISHA Hip Preservation Society plaats in oktober in Brugge, de eerste keer dat dit congres in België georganiseerd wordt. Het vormt een mooi en passend vervolg, waarbij Replasia opnieuw zal deelnemen en zijn nieuwste innovaties kan delen met artsen van over de hele wereld.

[1] Prosperos_Slotboek.pdf
[2] ISHA - The Hip Preservation Society

Op naar de toekomst?

De vraag die velen zich stellen, is wanneer deze implantaten daadwerkelijk op de markt beschikbaar zullen zijn, zoals dat in de diergeneeskunde al het geval is. Op basis van de eerste resultaten van de first-in-man studie verwacht Peter Mercelis dat de klinische studie tegen 2028 afgerond kan zijn, waarna (afhankelijk van de uitkomsten) introductie in Europa mogelijk wordt als een gepersonaliseerd medisch hulpmiddel.

De weg naar markttoelating blijft echter complex, onder meer door de strikte Europese regelgeving en beperkte subsidiemogelijkheden. Initiatieven moeten al komen in voorbereiding om deze knelpunten meer onder de aandacht te brengen en mogelijk te versoepelen. Dergelijke innovaties tonen immers een groot potentieel, maar vereisen voldoende structurele ondersteuning om effectief de stap naar brede toepassing in de zorg te kunnen maken.

Er zullen wellicht nog opvolgstudies nodig zijn en ook, we hebben dan nog geen marktoegang in de Verenigde Staten bijvoorbeeld, maar in Europa is er wel een mogelijkheid om vanaf 2028 het implantaat ook commercieel te gaan aanbieden.

Peter Mercelis
Replasia

Take Home Message

Met de eerste first-in-man toepassing van een gepersonaliseerd 3D-geprint heupimplantaat schrijft Prosperos II medische geschiedenis vanuit de grensregio. Het project toont niet alleen de kracht van grensoverschrijdende samenwerking en technologische innovatie, maar ook hoeveel doorzettingsvermogen nodig is om baanbrekende medische toepassingen effectief tot bij de patiënt te brengen. Ondanks de uitdagingen rond regelgeving en financiering bewijst deze wereldprimeur dat innovatieve zorgoplossingen mogelijk zijn wanneer onderzoek, klinische expertise, bedrijven en ondersteunende programma’s zoals Interreg samenkomen. De vraag die nu blijft, is of deze succesvolle samenwerking kan uitgroeien tot een toekomstig Prosperos III, met een nog sterkere focus op klinische implementatie en vermarkting?

Ik denk dat het wel een heel mooi voorbeeld is van hoe dat interdisciplinaire en ook internationale samenwerking kan leiden tot producten die effectief tot bij de patiënt geraken. Nu de studieaanvraag gedaan en goedgekeurd is, wordt het implantaat effectief bij mensen geïmplanteerd. Dus dat is echt een heel mooi traject. En een heel mooi voorbeeld, denk ik, van hoe dat dergelijke samenwerking tot echt innovatie kan leiden, waar de patiënten uiteindelijk beter van worden.

Tim Van Cleynenbreugel
Replasia

Deel deze pagina

Blijf je graag op de hoogte?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!