Hemp2comp
Hennep leidt de weg naar een circulaire toekomst
WP3 - Hennepteelt
In dit werkpakket wordt een proefveldwerking opgezet voor de teelt van vezelhennep binnen het projectgebied door de praktijkcentra. Deze partners hebben reeds een continue proefveldwerking op de courante, lokaal geteelde gewassen, maar voor hennep ontbreekt dit gegeven nog in de projectregio. Door in te zetten op teelttechnische proeven wordt belangrijke informatie verzameld die vervolgens vertaald kan worden naar de lokale landbouw. Om de landbouwer te overtuigen van de nieuwe teelt is het cruciaal om de risico’s voor de landbouwer zo laag mogelijk te houden. Ook op vlak van oogsttechnieken en -mogelijkheden is er in de regio nood aan ervaring en kennisuitwisseling. De hennepteelt wordt in dit werkpakket ook geoptimaliseerd voor composiettoepassingen. Om te verzekeren dat de optimalisatie in de hennepteelt gebeurd naar de vereisten van de composietverwerkers zal Sirris steeds in overleg staan met de verschillende landbouwpartners.
2024
Bij 3 verschillende partners werden in 2024 de eerste veldproeven aangelegd: PIBO-Campus, Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL) en Compas Agro. Er werd een rassenproef aangelegd bestaande uit 6 verschillende rassen: Bialobrzeskie (Pools, vroeg), Carmagnola (Italiaans, laat), Félina 32 (Frans, vroeg), Nashinoïde 15 (Frans, vroeg), Fibranova (Italiaans, laat), Futura 75 (Frans, laat). Deze werden ingezaaid aan 80 kg/ha in verschillende herhalingen. Naast een rassenproef werd een multifactoriële proef aangelegd met focus op bemesting een zaaidichtheid. Drie bemestingstrappen werden aangelegd met 0, 40 en 80 kg werkzame stikstof per ha. Zaaidichtheden van 40, 60 en 80 kg werden gehanteerd in de densiteitsproef. Zowel Félina 32 als Futura 75 werd gebruikt in deze proef. Bij Compas Agro werd een extra proef aangelegd rond aaltjesbestrijding, waarbij enkele behandelingen vergeleken werden. Door de zeer natte winter en voorjaar werden de proeven pas vrij laat ingezaaid in juni. Tijdens het groeiseizoen werden enkele gewasparameters opgemeten: opkomstpercentage, stengeldichtheid, stengeldiameter en planthoogte.

De oogst van de proeven werd ingezet op 4 september. De manuele proefoogsten werden kort ervoor uitgevoerd. Oogst met de gehuurde maaibalk om de hennep parallel op zwad af te leggen verliep moeizaam. Hierdoor liep de oogst op de verschillende proeflocaties wat vertraging op. Bij PIBO-Campus werden de proeven verder geoogst met een demo machine van Cretes. Hoewel het hiermee ook lastig te oogsten was kon de volledige proef afgewerkt worden. Bij PVL werd uiteindelijk overgegaan tot hakselen van de hennep i.p.v. parallelle afleg. Bij Compas Agro is het niet gelukt om tijdig alle hennep te oogsten. Na een periode van roten werd bij PIBO-Campus overgegaan tot het oprollen tot balen. Hoewel het zwad nog geen drie weken heeft kunnen roten, werd beslist om het uit het veld te halen, daar het anders niet meer genoeg zou kunnen drogen. Bij PVL kon de hennep niet meer droog van het veld gehaald worden en werd beslist om het uiteindelijk in te werken in de bodem.


Bij PIBO-Campus en PVL werd ook een perceel hennep als nateelt aangelegd. Wanneer een perceel vrijkomt na vroege oogst van een hoofdgewas, zoals wintergerst, kan de teelt van hennep als nateelt een extra economisch perspectief bieden. De percelen werden rond half juli ingezaaid. Hiervoor werden twee rassen gebruikt, namelijk Earlina FC en Ostara 09, twee rassen die eerder geselecteerd zijn voor zaadproductie. De ontwikkeling van de nateelthennep was niet vergelijkbaar met hoofdteelt hennep. Zo bleef de hoogte beperkt tot ongeveer 1 m gemiddeld, waarna de hennep tot bloei kwam. Deze hennep kon ook niet meer geoogst worden voor verdere verwerkingsdoeleinden en werd bijgevolg gewoon gemaaid. Tijdens de vorst in de winter werd deze bewerkt met de schijveneg.

2025
Bij dezelfde projectpartners werden in 2025 opnieuw veldproeven aangelegd. De proefobjecten werden gekozen op basis van de ervaringen uit 2024 en de eerste analyses van de vezelkwaliteit. De rassenproef bestond uit verschillende rassen: Kompolti (Hongaars, laat), Carmagnola (Italiaans, laat), Eletta Campana (Italiaans, laat), Nashinoïde 15 (Frans, vroeg), USO-31 (Frans, vroeg) en een 6de Frans ras. Vanwege de beperkte zaadvoorraden werd voor ras 6 op iedere locatie een ander ras aangelegd, met name Santhica 70 (Frans, laat) bij PIBO-Campus, Muka 76 (Frans, laat) bij PVL en Futura 83 (Frans, laat) bij Compas Agro. Deze werden aangelegd in strokenproef. Voor de multifactoriële proef werd opnieuw gefocust op bemesting en zaaidichtheid, maar ook grondbewerking. In deze laatste werden in blokkenproef 3 verschillende grondbewerkingen met elkaar vergeleken. In de bemestingsproef werd er opnieuw gevarieerd met stikstofgift, waarbij 40 en 80 eenheden werkzame stikstof vergeleken werden. Naast stikstof werd het effect van een kaligift ook onderzocht door een object met en zonder kalibemesting toe te passen. Voor de zaaidichtheid werden opnieuw 40 en 80 kg N/ha gebruikt, waarnaast een nieuw object met 200 kg/ha werd toegevoegd. Deze extreme waarde werd getest om het effect van zeer dichte zaai te evalueren. In 2025 konden de proeven vroeger ingezaaid worden. Tijdens het groeiseizoen werden opnieuw verschillende gewasparameters opgemeten.

De oogst van de proeven met een hakselaar werd ingezet half augustus. De oogst voor parallelle afleg werden eind augustus opgestart en bij de laatste partners rond half september afgerond, dit vanwege de vele arbeid die vereist was met de eenvoudige oogstmethode die werd toegepast aan de hand van een maaibalk. Hoewel het keren en oprollen van de parallel afgelegde hennep niet vlot verliep (manueel parallel leggen en versnijden op 1 m lengte is minder kwalitatief dan wanneer een oogstmachine dit doet), kon het materiaal na roten tijdig van het veld gehaald worden. Enkel bij Compas Agro kon de parallel geoogste hennep niet afgewerkt worden omdat de machines voor keren en oprollen niet tot in Venlo geraakten.

Ook in 2025 werden opnieuw proeven aangelegd voor nateelt hennep, dit keer bij de drie projectpartners. Naast Earlina FC werd er ook een echte vezelvariëteit getest met USO-31, maar wel eentje met een korte cyclus. Met de droge zomer werd er gezocht naar een geschikt moment om te zaaien. Nadat er via regen wat vocht in de bodem was gekomen werden deze ingezaaid in de 2de helft van juli. Ondanks de vrij goede opkomst ontwikkelde de hennep zeer slecht, wellicht door de aanhoudende droge omstandigheden. De hennep kwam ook zeer snel in bloei terwijl deze nog zeer klein was. Bijgevolg kreeg de gerstopslag vrij spel om tussen de hennep te groeien. Van deze proef kon niets geoogst worden.
In 2025 lanceerde Hemp2Comp ook een enquête waarin naar de landbouwsector bevraagd werd of en hoe ze al met vezelhennep aan de slag gaan, wat de grootste vraagtekens en knelpunten zijn, en hoe hierop ingespeeld kan worden vanuit het project.