Belangrijkste inzichten uit de vierde LOGES workshop rond lokale energie: co-creatie, energievaardigheden en een warmtenetcultuur
Op 9 december vond de vierde LOGES-workshop plaats in Gent, aansluitend bij de technische bezoeken van het Warmtenetcongres, waar de deelnemers van de workshop ook een kijkje kregen achter de schermen van De Nieuwe Dokken. Een diverse groep deelnemers uit de praktijk, lokale overheden en kenniscentra legden hun ervaringen samen over lokale energie en burgerparticipatie, met nadruk op warmtenetten.
LOGES | 09/12/2025
Het LOGES-project, gesteund door Interreg Vlaanderen-Nederland, wil bijdragen aan het versnellen van de energietransitie op lokaal niveau. Het richt zich op de wisselwerking tussen elektriciteit en warmte en op de verschillende vormen van samenwerking die lokale energiesystemen levensvatbaar maken.
Om dat te visualiseren, werd op de middag een werfbezoek gebracht aan één van de drie demosites die betrokken zijn bij het project: De Nieuwe Dokken.
Coalitie, co-creatie en communicatie in het RODEO-project
Tijdens het eerste deel van de workshop kwamen vijf sprekers aan bod over het organiseren van lokale energiesystemen en de rol die burgers en lokale besturen hierin kunnen opnemen.
Griet Juwet (Endeavour) illustreerde stakeholder engagement aan de hand van de vier demonstratieprojecten die deel uitmaken van het RODEO-project. Daarbij is het belangrijk om het betrekken van stakeholders af te stemmen op de lokale context en de historiek van een ontwikkelingstraject. Bij de uitbreiding van het warmtenet Oostende naar de bestaande bebouwing in de wijk Westerkwartier staat communicatie en een gedeeld narratief over fossielvrije verwarming centraal. De meeste stakeholders kennen elkaar al en willen nu samen aan de toekomst van het warmtenet werken.
In de Noord-Franse stad Duinkerke wordt de vernieuwing van het bestaande warmtenet in een wijk uit de jaren ’60 gekoppeld aan de grootschalige renovatie van de wijk. Hier gaat de aandacht naar de energievaardigheden (“energy literacy”) van de bewoners en co-creatie samen met de bewoners.
Energievaardigheden en de Every1 Knowledge Hub
Vera Kools (TUEindhoven) presenteerde haar onderzoek (in het kader van Every1-project) naar het belang van “energievaardigheden” als voorwaarde voor een betere participatie van bewoners: ’wat moet ik weten of kunnen om mee te kunnen praten’. Het opbouwen van energievaardigheden kan een vorm van sociale activiteit worden en is op zich al een vorm van participatie, en participatie vergroot op haar beurt de energievaardigheid. Deze wisselwerking spoort aan om meer dan enkel het inhoudelijke verhaal te bekijken, maar ook hoe het verhaal verteld wordt, om interesse te wekken bij bewoners. De belangrijkste output van dit Every1-project is dan ook haar Knowledge Hub, waar tal van gratis, meertalige leermaterialen werden gepubliceerd voor profielen met verschillende niveau's van kennis over de energietransitie.
Warmtenetcultuur
Voor een participatietraject is het belangrijk om bewust te zijn van de bestaande ‘cultuur’ rond warmtenetten. Isaura Bonneux (UAntwerpen, onderzoeksgroep ENVECON) onderzocht hoe zo’n warmtenetcultuur gevormd wordt aan de hand van het Energy Cultures Framework, een samenspel van materiële cultuur, normen, gangbare praktijk en externe invloeden zoals de karakteristieken van een stad of regio. Als potentiële aandrijver van verandering voegde Isaura de impact van “sociale netwerken” toe, dat in verbinding staat met elk van de vorige elementen. Een collectieve oplossing voor warmte (materiële cultuur) kan bijvoorbeeld mensen samen brengen (sociaal netwerk). Op zijn beurt kan een sociaal netwerk gedrag (gangbare praktijk) of normen beïnvloeden. Het sociale aspect speelt dus een belangrijke rol in de context van (lokale) energie, waarbij vertrouwen cruciaal is.
Een blik op de praktijk: Living Lab Muide-Meulestede
Dit werd tijdens de laatste presentatie van de namiddag nogmaals bevestigd. Roeland Keersmaekers (Stad Gent) en Toon Raymaekers (SAAMO) kwamen hun ervaringen met het project Living Lab Muide-Meulestede toelichten. Het Living Lab wil van de wijk een ‘duurzame, inclusieve en fossielvrije wijk maken […], mede gecreëerd door en met mede-eigenaarschap van burgers en wijkpartners’. Hoewel het project de analyse niet formeel maakte, bleek uit de presentatie dat in Muide-Meulestede verschillende Energieculturen samenkomen en dat het streven naar participatie en het vergaren van energievaardigheden parallel verloopt, zoals Vera eerder al beschreef. Input van de buurtbewoners gaf ook informatie over wat als belangrijk ervaren wordt, en kan dus gebruikt worden om door middel van een juiste framing verder richting co-creatie en mede-eigenaarschap te bewegen. Daarnaast bood deze laatste bijdrage ook sterke argumenten voor het zien van de lokale overheid (in dit geval de Stad Gent) als een belangrijke drijvende en coördinerende kracht bij het opzetten van lokale energieprojecten.
Workshop: discussie rond centrale stellingen
Na een korte pauze werd in kleinere groepen dieper in gegaan op een aantal vragen en stellingen die vooral betrekking hadden op de rol van lokale besturen en het belang van participatie. Uit de gesprekken kwam onder andere naar voor dat lokale overheden wel degelijk een belangrijke rol te spelen hebben in lokale energieprojecten. Ze worden vaak gezien als een partij die goed geplaatst is om het gemeenschapsbelang te vrijwaren (het vertrouwen in lokale overheden is meestal hoger dan dat in hogere niveaus, https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/relatie-overheid-en-burger/vertrouwen-in-de-overheid) en participatie te faciliteren, terwijl ze ook het voordeel kunnen bieden van schaalgrootte, bijvoorbeeld door het eigen patrimonium mee te nemen bij realisaties.
Bovendien vervullen lokale overheden, al dan niet in de vorm van samenwerkingsverbanden zoals bijvoorbeeld intercommunales, al meer dan een eeuw een belangrijke rol in verschillende sectoren van maatschappelijk belang, zowel in Vlaanderen als Nederland. Een vereiste om die rol nu ook te vervullen voor lokale energie was volgens verschillende deelnemers de steun van hogere overheden. Hierbij werd verwezen naar recente Nederlandse wetgeving (Wet Collectieve Warmte (WCW) en Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW)), die lokale besturen niet alleen een centrale rol toebedeeld in de warmtetransitie, maar daar ook middelen tegenover stelt.
Gerelateerd nieuws
Blijf je graag op de hoogte?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!