Eerste screening biostimulerende werking reststromen bij sierplanten
In het voorjaar van 2026 gingen bij Viaverda in Destelbergen de eerste proeven binnen het kader van AEP-Pulse van start. Daarbij werd onderzocht hoe reststromen uit insectenkweek en aquacultuur kunnen worden ingezet bij de teelt van een gevarieerd assortiment sierplanten. Deze eerste screeningsproeven vormen een belangrijke stap in de zoektocht naar duurzame toepassingen voor deze reststromen.
AEP-Pulse | 27/09/2026
Voorjaarsproef met klimop
In juni werden de eerste reststromen uit de insectenkweek opgehaald bij consortiumpartner Inagro. Voor een eerste screeningsproef werd gekozen voor Hedera helix, waarbij de beworteling van stekplanten werd opgevolgd. Daarbij lag de focus op het ontwikkelen van een efficiënte toedieningsmethode en het nagaan van mogelijke negatieve effecten op de plantengroei.
Er werden vijf verschillende reststromen onderzocht: drie afkomstig uit de kweek van de black soldier fly, namelijk frass, dode vliegen en poppenhulzen, en twee uit de meelwormenkweek, namelijk frass en dode kevers. Elk van deze reststromen werd aan 10 massaprocent toegevoegd aan het substraat waarin de stekken werden opgekweekt. Om na te gaan of eventuele negatieve effecten het gevolg waren van een overmatige bemesting, werd als extra controle een organische meststof op basis van schapenmest in overmaat toegediend. Per object werden 20 stekken gestekt, met zes herhalingen. Na tien weken onder bewortelingsfolie werd de kwaliteit van de beworteling beoordeeld en het aantal uitgevallen stekken geteld.
Een aantal reststromen lijkt in deze eerste screening geen positief effect te hebben op de beworteling. Zo leidde het gebruik van dode vliegen in het substraat tot het rotten van nagenoeg alle stekken. Ook bij de behandelingen met dode kevers en poppenhulzen werd eerder een negatief effect vastgesteld. Bij elk van deze behandelingen was bovendien duidelijke schimmelvorming op het substraat zichtbaar. Ook in de najaarsproef, waarin met lagere doseringen werd gewerkt, werd bij een eerste evaluatie opnieuw schimmelvorming bij deze behandelingen waargenomen.
Het toevoegen van frass lijkt daarentegen geen negatief effect te hebben op de beworteling.
Screeningsproef najaar
In het najaar werd een uitgebreidere screeningsproef opgezet. Naast de reststromen uit de insectenkweek werd ook dulse (Palmaria palmata), een rood zeewier aangeleverd door consortiumpartner Blue Greenery, in de screening opgenomen. Daarnaast werden enkele commercieel beschikbare biostimulanten op basis van zeewier meegenomen als referentie.
Ook in deze proef werden de reststromen aan het substraat toegevoegd, maar ditmaal in verschillende concentraties van 2, 4 en 8 g/L. Er werd gekozen voor vier plantensoorten: Hedera, Dipladenia, Hibiscus en Chrysanthemum.
Na 10 weken vinden de eerste evaluaties plaats, waarbij onder meer de wortelgroei, het bladgroen en de bedekkingsgraad worden beoordeeld. Vervolgens worden de stekken opgepot en verder opgekweekt tot planten van verkoopbare grootte, een traject van in totaal 25 weken. Aan het einde van deze periode worden de planten beoordeeld op verschillende relevante kwaliteitskenmerken, waaronder bladgroen, bloemkleur, plantlengte, droge stof, aantal bloemen en bedekkingsgraad.
De resultaten van deze screeningsproef met najaarsstekken zullen als basis dienen voor de proeven in het volgende groeiseizoen. De effecten van de meest veelbelovende reststromen zullen daarbij verder en meer diepgaand worden onderzocht.
Wil je meer weten over deze proeven?
Stel je vragen aan Joachim Audenaert of Gwendoline Deceuninck, onderzoekers sierteelt bij Viaverda.
Gerelateerd nieuws
Blijf je graag op de hoogte?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!