Terugblik naar de Veen-tweedaagse 2026
Op 2 en 3 juni 2026 organiseerden het Veenplatform en Interreg ADMIRE een grensoverschrijdende veen-tweedaagse voor beheerders van beekdalveengebieden. Het doel was om met beheerders en ecologen kennis uit te wisselen over landschapsecologie, vegetatieontwikkeling en de uitdagingen bij adaptief beheer en systeemherstel.
We namen de deelnemers mee naar twee uitersten in het veenlandschap: het compacte Buitengoor in het Vlaamse Mol en het uitgestrekte stroomdal van de Drentsche Aa in Nederland. Twee plekken met een eigen dynamiek en beheerfilosofie.
ADMIRE | 05/11/2026
De vele uitdagingen van beekdalvenen
Beekdalvenen behoren tot onze meest waardevolle maar tegelijk meest kwetsbare landschappen. Verdroging door hete zomers, instroom van landbouwnutriënten en de impact van ecosysteemingenieurs zoals de bever stellen terreinbeheerders voor pittige keuzes: waar is intensief ingrijpen nodig, en waar laten we de natuur haar gang gaan? Aan de hand van concrete cases in combinatie met de veldbezoeken en de hydrologische dwarsdoorsnedes deelden we onze inzichten met de deelnemers.
Dag 1: Precisiebeheer en de kracht van vrijwilligers in het Buitengoor (Vlaanderen)
Op dag één bezocht de groep het Buitengoor in Mol (ca. 90 ha), beheerd door Natuurpunt. Het gebied toont een groot contrast met de Nederlandse praktijk: waar daar vaker grootschalig en met loonwerkers wordt gewerkt, steunt het Buitengoor volledig op het precisiewerk van een gedreven vrijwilligersploeg.
Al ruim twintig jaar maaien en ruimen zij handmatig met eenassers, bosmaaiers en trekzeilen. Dit intensieve maatwerk houdt soorten in stand die elders in Vlaanderen nagenoeg verdwenen zijn.
Het gebied dankt zijn rijke variatie aan een unieke mix van zuur kwelwater en kalkrijk water afkomstig van het nabijgelegen kanaal. Waar een kanaal ecologisch vaak als verstoring geldt, zorgt het hier juist voor de waterkwaliteit die zeldzame trilvenen in stand houdt. Klassiek ‘systeemherstel’ zou hier de natuurwaarden merkwaardig genoeg kunnen schaden.
Tijdens het terreinbezoek kwamen deze opvallende beheerkeuzes aan bod:
Koesteren van uiterst zeldzame flora: Dankzij dit maatwerk overleven hier soorten die elders in Vlaanderen (bijna) verdwenen zijn, zoals groenknolorchis, veenorchis, plat blaasjeskruid, alpenrus en tapijten van rood en groen schorpioenmos.
Ruimte voor dominantie: Bij woekerende soorten zoals galigaan wordt gekozen voor zonering: in afgebakende zones mag de soort haar gang gaan, zodat elders de meest kwetsbare vegetaties behouden blijven.
Dag 2: Landschapsschaal en trilvenen in de Drentsche Aa (Nederland)
Op dag twee stak het gezelschap de grens over naar het Nationaal Park Drentsche Aa, waar Staatsbosbeheer en Stichting Bargerveen de groep gidsten door een beekdallandschap van ruim 30.000 hectare (waarvan 13.000 hectare natuur). Hier liggen de beheerkeuzes en de schaal heel anders: grootschaliger machinaal beheer alsook het bewust loslaten van processen in bepaalde zones.
De kracht van niets doen (Gasterensche Diep)
Waar al 15 tot 20 jaar niet wordt gemaaid, ontwikkelde een kleine zeggenvegetatie zich spontaan tot een prachtig reliëf van mosbulten en -slenken. Tegelijkertijd daagt de bever het beheer uit: beverdammen stuwen het water op en veranderen het lokale peil ingrijpend.
Topkwaliteit en indicatorsoorten (Oudemolensche Diep)
In uiterst soortenrijke trilvenen wordt slechts één keer per twee à drie jaar gefaseerd gemaaid. De beloning was de waarneming van de veenfluweelzweefvlieg, een zeldzame specialist die uitsluitend voorkomt in permanent natte, ongedraineerde en gave veensystemen met wateraardbei.
Hydrologie ontrafelen (Taarlosche en Looner Diep)
Met peilbuizen en bodemprofielen liet Stichting Bargerveen zien hoe kwelstromen lopen en hoe droge zomers de grondwatertafel beïnvloeden. Ook de recente beekbodemverhoging in het Taarlosche Diep en het maaien met speciale rupsvoertuigen kwamen uitgebreid aan bod.
Een blijvend knelpunt aan Nederlandse zijde is de diffuse instroom van voedselrijk water uit het agrarische intrekgebied. Hoewel er gesprekken lopen met landbouwers, overheden en financierders, vraagt deze bronaanpak veel tijd en werk. Zodra de milieukwaliteit verbetert, liggen er wel kansen voor de terugkeer van verdwenen doelsoorten zoals de moerasparelmoervlinder en het spiegeldikkopje.
Drie learnings voor beekdalbeheer
- Hydrologische veldkennis is de basis: Zonder inzicht in dwarsprofielen, lokale kwel en stijghoogtes blijft beheer gokwerk. Meetgegevens tonen tijdig de impact van droogte en maatregelen.
- Durf te variëren (en soms los te laten): Er is geen one-size-fits-all. De combinatie van intensief precisiebeheer (zoals in het Buitengoor) en gefaseerd maaien of langdurige rust (zoals in de Drentsche Aa) creëert de nodige gradiënten en microhabitats.
- Kijk over de natuurdoelgrenzen heen: Maatregelen in het beekdal zelf zijn niet genoeg als de waterkwaliteit uit het omliggende stroomgebied achterblijft. Samenwerking met landbouw en waterbeheerders in het intrekgebied is onmisbaar.
Nuttige Links
Bekijk de fotogalerij van de tweedaagse op FlickrGerelateerd nieuws
Blijf je graag op de hoogte?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!