Weerbaar Dommelland: samenwerking in stroomversnelling
Op het Provinciehuis van Noord-Brabant kwam het partnerschap van Weerbaar Dommelland samen voor een periodieke partnermeeting. Ik sprak Jef Guelinckx van de Vlaamse Milieumaatschappij en Teuntje Stoopen van de Provincie Noord-Brabant. Zij zijn betrokken bij de totstandkoming van het Weerbaar Dommelland-project. Waar Teuntje destijds actief bij relevante partijen heeft gelobbyd en nagevraagd of zij bereid waren deel te nemen aan een Europees project, was Jef vanuit Vlaamse kant al een tijd betrokken bij de Vlaamse visie voor integrale samenwerking in het stroomgebied.
Door Esli Severijn
Interreg | 31/03/2026
Kunnen jullie vertellen wat het project Weerbaar Dommelland inhoudt?
Teuntje: Ons project Weerbaar Dommelland richt zich op het klimaatrobuust inrichten van een volledig stroomgebied, echt een beeklandschap. We zeggen nadrukkelijk “beeklandschap” in plaats van “beekdal”, omdat het zowel om de waterloop als om de flanken en de hoger gelegen bebouwde omgeving gaat. Je moet het hele landschap, het complete stroomgebied, aanpassen als je werkelijk klimaatrobuust wilt worden.
Dat zie je ook mooi terug in ons project: we hebben ingrepen aan de waterloop en op de flanken, waar we inzetten op sponswerking, maar ook in de bebouwde omgeving, waar we met het “stad als spons”-principe maatregelen treffen.
Interessant! En hoe hebben de partners binnen Weerbaar Dommelland elkaar destijds gevonden?
Jef: Gemeenten, provincies en waterbeheerders uit het volledige stroomgebied, zowel in Nederland als België, tekenden al een intentieverklaring in 2020. In eerste plaats was dit gericht op het beeklandschap van de Warmbeek-Tongelreep. Een jaar daarop is dat sterker gemaakt met een stroomgebiedsconvenant, om echt samen te werken op klimaatrobuustheid op beekdalherstel.
Daarnaast zijn we dankzij die samenwerking ook gaan verkennen of we projecten samen konden uitvoeren en of we gezamenlijke middelen zouden kunnen inzetten. Het besef om de handen in elkaar te slaan was sterk aanwezig en elke partij was een stukje van de puzzel.
Toen kwam de vraag: wie is geïnteresseerd om mee te denken over een Europees project? Wat kunnen we samen doen? Zo zijn we uitgekomen bij wat we toen de 'coalition of the willing' noemden. Dat omvat acht partners, van de oorspronkelijke twaalf partners die de intentieverklaring hadden ondertekend, die bereid waren in een Europees project mee te draaien.
Wat maakte dat jullie in deze fase jullie samenwerking in een Interreg-project wilde gieten?
Teuntje: Het zorgt meteen voor meer commitment binnen verschillende organisaties. Je ziet elkaar veel vaker op vaste momenten en werkt consistenter samen. Door de veldbezoeken en de extra activiteiten die in het project zijn ingebed, blijf je meer betrokken en blijft de samenwerking levendig. Dat maakt dat je als partners meer verbonden raakt met elkaar. Aan de andere kant heeft het ook een nadeel. We zijn van twaalf naar zeven partners gegaan binnen dit project.
Om dat op te vangen, hebben we ook een kenniscomponent in dit project ingebed, waarbij we gedurende het project kennissessies organiseren voor alle stakeholders. We willen namelijk ook de andere partners, die geen formele projectpartner zijn maar wel partner binnen ons samenwerkingsconvenant, blijven betrekken. En we willen die samenwerking heel concreet invullen.
Hoe hebben jullie uiteindelijk besloten welke specifieke ingrepen jullie hebben opgenomen binnen Weerbaar Dommelland?
Jef: dat kwam heel logisch voort uit eerdere verkenningen. Het is vrij organisch gegroeid welke activiteiten uitgevoerd konden worden binnen zo’n project. De activiteiten binnen Weerbaar Dommelland zijn allemaal investeringsprojecten om landschappen klimaatrobuust te maken. We weten dat dit tijd vraagt. Je moet al een zeker voortraject hebben doorlopen qua studiewerk, modellering en participatietrajecten. Dat maakte dat een aantal van die initiële twaalf partners aangaf dat ze op dat moment nog geen projecten ‘rijp’ genoeg hadden om binnen de projectduur uit te voeren. Dat heeft dan de coalitie van partners gevormd die wel al voldoende concrete projectvoorstellen hadden.
Fijn dat dit zo organisch tot stand is gekomen! Nu jullie deze nauwere samenwerking hebben, wordt er al nagedacht over de toekomst na Weerbaar Dommelland?
Jef: Inhoudelijk hebben we veel kunnen invullen. Na het project moeten we terugvallen op wat er destijds is afgesproken. Er is toen de afspraak gemaakt dat alle partijen samen zouden komen op bijeenkomsten, gecoördineerd door een procesregisseur, om elkaar te blijven zien en om gedachten uit te wisselen. Na 2027 moet dit mogelijks in een andere vorm verder gezet worden. Met dit project zijn de banden alleszins goed aangehaald en vinden we elkaar nog gemakkelijker aan beide zijden van de grens. Dat is zeker nodig want er is nog heel wat werk voor de boeg.
Teuntje: de maatregelen die in Vlaanderen worden genomen, hebben invloed op de maatregelen in Nederland. Door het watersysteem hang je aan elkaar vast. Wij moeten elkaar blijven opzoeken. Het is bovendien een illusie om te denken dat met Weerbaar Dommelland het hele gebied al volledig klimaatrobuust is ingericht. We zijn er nog lang niet. Wat we wél hebben bereikt, is dat we met een kleinere groep een mooie stroomversnelling hebben gerealiseerd. Dankzij Interreg hebben we een extra boost gekregen: zowel door de Europese financiering als doordat het stimuleert om elkaar vaker en minder vrijblijvend op te zoeken.
Die lijn moeten we vasthouden. We moeten kijken hoe we de andere partners er weer bij kunnen betrekken, en misschien hebben we zelfs nog meer nieuwe partners nodig om het hele stroomgebied klimaatrobuust te krijgen.
Blijf je graag op de hoogte?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!