PV RESILIENCE
Circulaire zonnepanelen uit de eigen regio
Over het project
De urgentie
Nederland heeft de hoogste zonnestroomcapaciteit per inwoner én per vierkante kilometer ter wereld. België staat in de Europese top qua zonnestroomcapaciteit per inwoner én Vlaanderen zelfs in de top 3. In de afgelopen 5 jaar werden in de Lage Landen tientallen gigawattpiek aan nieuwe zonnepanelen geïnstalleerd. Slechts een klein deel daarvan is van Europese makelij. Nederland is met de haven van Rotterdam zelfs de grootste importeur ter wereld van Chinese zonnepanelen.
Conventionele zonnepanelen zijn volledig geoptimaliseerd op kwaliteit en kostprijs. Circulariteit en duurzaamheid krijgen amper aandacht. Sterke lijmen en encapsulanten – polymere lijmen tussen de zonnecellen en de ‘verpakking’ daarvan – maken deze zonnepanelen na 20 tot 40 jaar gebruik lastig te demonteren. De meest gangbare recyclingmethoden leiden hierdoor niet tot hoogwaardige producten. De afvalstroom werd publiek zelfs al aangeduid als ‘een tikkende tijdbom’, terwijl het ook een fantastische kans is: zowel voor het gebruik van de waardevolle grondstoffen door de lokale industrie, als het produceren van nog duurzamere zonnepanelen.
De kans
De regio Vlaanderen-Nederland heeft alles in huis om hier verandering in te brengen. Wereldspelers op het gebied van circulaire kunststof (Sabic), metalen (Umicore) en glas (AGC) zijn hier gevestigd. Ook de hightech-industrie is sterk vertegenwoordigd. De regio investeert al langjarig in innovatieve integratie van zonnestroom, onder andere via Interreg-projecten zoals PV OpMaat, Solar EMR en Circulaire Multicolour Gevel PV-fabriek en in het samenwerkingsverband Solliance.
De ambitie
Zowel Nederland als Vlaanderen ondersteunen het streven van de Europese Unie (EU) naar 40 procent Europese productie van zonnepanelen. Het realiseren van een Europese infrastructuur waarin productie, gebruik, hergebruik, reparatie en hoogwaardige recycling samenkomen tot ‘closed loop’-processen geeft de circulaire PV-economie in Europa een enorme boost. De Nederlandse overheid streeft naar 100 procent hergebruik in 2050. Vlaanderen zet in op een soortgelijke ambitie via het initiatief Vlaanderen Circulair.
De aanpak
PV RESILIENCE richt zich op circulaire, duurzame en multifunctioneel geïntegreerde zonnestroomproducten. De technische focus ligt op:
- Circulaire materialen – Alternatieven voor conventionele kunststoffen en lijmen
- Innovatieve productie – Lokale productiemethoden met een lagere CO2-voetafdruk
- Demonteerbaar ontwerp – Zonnepanelen zonder permanente encapsulanten, zodat reparatie en hergebruik van onderdelen eenvoudig wordt
Deze technische ontwikkelingen worden gecombineerd met activiteiten om circulaire en duurzame oplossingen maatschappelijk geaccepteerd te krijgen door ze in de praktijk te testen. Dit gebeurt zowel bij consumenten als bij bedrijven.
Het unieke element
PV RESILIENCE toont niet alleen aan dat herverwerking kan, maar doet het ook. Alle demonstrators worden na de testfase gedemonteerd. De componenten worden daarna hergebruikt in nieuwe zonnepanelen. Zo wordt de cirkel in de praktijk gesloten.
Grensoverschrijdend
‘Vlaanderen + Nederland = sterkere oplossing’, want de energietransitie, CO2-reductie en afvalbeperking zijn grensoverschrijdende uitdagingen. Tegelijkertijd vraagt de integratie van zonnestroom in gebouwen en landschap om regiospecifieke kennis. De combinatie van Vlaamse en Nederlandse expertise maakt PV RESILIENCE mogelijk:
- Vlaanderen: kennis van solarglas, glasrecycling, circulaire metallurgie en lijmen
- Nederland: kennis van circulaire kunststoffen en schakelbare encapsulanten
Aan beide zijden van de grens worden bovendien industrieel geïntegreerde zonnestroomproducten vervaardigd. In PV RESILIENCE werken alle partners grensoverschrijdend samen aan alle activiteiten en demonstrators.
Kennisdeling
Resultaten worden gedeeld via grensoverschrijdende congressen, symposia en publicaties. De projectactiviteiten worden bovendien bij kennisinstellingen verwerkt in onderzoeks- en onderwijsprogramma’s. Studenten en jonge professionals worden daarbij actief betrokken wat cruciaal is voor de toekomstige beschikbaarheid van ervaren professionals in de energietransitie.