StimulanZ
StimulanZ - (S(t)imuLEREN in de zorg) - zet in op een sterke grensoverstijgende samenwerking tussen onderwijsinstellingen om, via hybride leeromgevingen, de verbinding tussen onderwijs en noden vanuit de zorg-arbeidsmarkt te versterken. Toekomstige zorgverleners worden ondersteund via krachtige simulatieomgevingen en trainingen met sterke aandacht voor de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, het interprofessioneel samenwerken en de evoluerende (hoog)technologische zorgsettings.
Kwadrant 4 - Verankeren
Wat vind je in dit onderdeel?
In dit onderdeel ligt de focus op leren tijdens het werken in een reële project‑ en organisatiecontext. Je vindt hier inzichten en resultaten uit het StimulanZ‑project die ondersteunen bij het toepassen, bijsturen en verankeren van simulatieonderwijs in onderwijs en zorgpraktijk.
Dit kwadrant brengt inzichten samen uit verschillende onderzoeksvormen en helpt om simulatieonderwijs onderbouwd, doordacht en toekomstgericht verder te ontwikkelen.
Wat leer je hier?
Concreet leer je hier:
- welke noden leven rond simulatieonderwijs binnen zorg en onderwijs
- welk aanbod vandaag reeds beschikbaar is
- waar spanningen en hiaten ontstaan tussen noden en bestaand aanbod
- wat het effect is van mono‑ en interprofessionele simulatietrainingen
- welke verwachtingen, zorgen en drempels gebruikers ervaren rond simulatieleren
- hoe technologisch wendbaar studenten zijn in relatie tot simulatieonderwijs
- hoe het model rond technologische wendbaarheid ontwikkeld werd op basis van onderzoeksresultaten
Wat vind je hier concreet?
Onderzoek en inzichten uit het StimulanZ‑project
Binnen het StimulanZ‑project werd onderzoek gevoerd naar hoe simulatieonderwijs zich verhoudt tot de realiteit van zorg en onderwijs, en hoe het duurzaam ingezet kan worden in leer- en werkcontexten. Het onderzoek vertrok vanuit meerdere inhoudelijke invalshoeken die samen een breed en samenhangend beeld geven van de huidige stand van zaken en de ontwikkelkansen van (interprofessioneel) simulatieonderwijs.
Een eerste focus lag op het in kaart brengen van de noden rond simulatieonderwijs binnen zorg en onderwijs. Daarbij werd onderzocht welke verwachtingen leven in de praktijk, waar leer- en ontwikkelbehoeften zich situeren en welke uitdagingen organisaties en opleidingen ervaren. Deze noden vormden een belangrijk vertrekpunt voor het verdere onderzoek.
Parallel hieraan werd ook het bestaande aanbod rond simulatieonderwijs onderzocht. Er werd nagegaan welke vormen van simulatie vandaag al beschikbaar zijn, voor welke doelgroepen en niveaus, en welke thema’s en leerdoelen daarbij centraal staan. Dit bood zicht op het huidige landschap van simulatie‑initiatieven en maakte duidelijk waar reeds sterke praktijken bestaan.
Door noden en aanbod naast elkaar te leggen, werd zichtbaar waar de GAP zit: waar het bestaande aanbod onvoldoende aansluit bij wat de praktijk nodig heeft, welke doelgroepen of vaardigheden onderbelicht blijven, en waar verdere afstemming, innovatie of verdieping wenselijk is. Deze GAP‑analyse maakt duidelijk waar simulatieonderwijs verder kan groeien en bijgestuurd wordt vanuit een realistische context.
Een bijkomende onderzoekslijn richtte zich op het effect van simulatietrainingen, zowel monodisciplinair als interprofessioneel. Daarbij werd onderzocht welke leeropbrengsten en meerwaarde deze verschillende vormen van training genereren. Deze inzichten ondersteunen bewuste keuzes in het ontwerp en de inzet van simulaties en trainingen.
Daarnaast vormden Hopes, Fears & Expectations een expliciete focus binnen het onderzoek. Er werd onderzocht welke randvoorwaarden, bevorderende en belemmerende factoren leven bij gebruikers van simulatieonderwijs, waaronder studenten, docenten en actoren uit het werkveld. Deze inzichten verdiepen het begrip van hoe simulatieonderwijs beleefd wordt en welke factoren bepalend zijn voor draagvlak, betrokkenheid en succes.
Tot slot werd binnen het onderzoek ook aandacht besteed aan technologische wendbaarheid. Er werd nagegaan in welke mate studenten technologisch wendbaar zijn en wat zij nodig hebben om hun technologische wendbaarheid verder te ontwikkelen. Op basis van deze resultaten werd een model en handleiding rond technologische wendbaarheid ontwikkeld, dat ondersteunt bij het doordacht en duurzaam integreren van technologische wendbaarheid in het onderwijs.”
Samen vormen deze onderzoeksinzichten een sterke onderbouw voor het toepassen, bijsturen en verankeren van simulatieonderwijs in onderwijs en zorgpraktijk.
Hoe gebruik je dit onderdeel?
Gebruik dit onderdeel wanneer je simulatieonderwijs wil onderbouwen met onderzoek, weloverwogen keuzes wil maken op organisatie‑ of beleidsniveau, leeromgevingen wil bijsturen of verder ontwikkelen of (interprofessioneel) simulatieonderwijs duurzaam wil verankeren.
Wat nu?
Gebruik de inzichten uit dit onderdeel om simulatieonderwijs bewust toe te passen en te verankeren in je organisatie of project. Wil je je aanpak bijsturen of verdiepen, keer dan terug naar kwadrant 1: begrijpen of kwadrant 2: verkennen. Wil je materialen verder uittesten, ga dan naar kwadrant 3: oefenen.